Aan de keukentafel van de boerderij aan de Noordlangeweg, aan de voet van de Zeelandbrug, zegt Marco de Bruijne halverwege het gesprek: “Vroeger leefden en werkten we met zes gezinnen van de boerderij, die toen 60 hectare groot was. Nu hebben we honderd hectare en doen mijn broer Meeuw en ik het samen… Maar er is niet genoeg werk voor twee; Meeuw werkt als freelancer voor onder andere van der Bilt in Sluiskil, de vlashandelaar.”

Ogenschijnlijk is het boerenbedrijf van de Bruijne Agro VOF een traditioneel Zeeuws akkerbouwbedrijf: met aardappelen, tarwe, suikerbieten, vlas, graszaad, spinaziezaad en koolzaad. Maar zo is het niet.
De boerderij aan de voet van de Zeelandbrug op Noord Beveland is aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd. Het woonhuis staat los van de schuur, waar vroeger de oogst in werd opgeslagen en paarden en koeien stonden. Dagelijks was er wel een handelaar, die het erf kwam op gereden, of een koopman. “Dat is niet meer aan de orde,” vertelt Marco. “Die wereld, die samenleving is voorbij. Er zijn geen zelfstandige handelaren meer, behalve dan de vlashandel van van der Bilt in Sluiskil. De bedrijven waarmee we samenwerken zijn allemaal multinationals. Ik krijg een @ bericht, als het nodig is. Verder zie je niemand.”

Bijvoorbeeld, één van de producten die Meeuw en Marco de Bruijne op tien tot vijftien hectare telen is graszaad. In heel Nederland wordt 8000 hectare graszaad geteeld. Er zijn vier bedrijven actief die boeren contracteren om graszaad te telen. Die bedrijven behoren allen tot wereldwijd opererende concerns. In Zeeland was het vroegere zaadveredelingsbedrijf van de familie van der Have was een begrip. De kennis en ervaring van directeur en eigenaar Daan van der Have bracht het bedrijf tot grote bloei. Maar het familiebedrijf werd verkocht, kwam in Amerikaanse handen en is intussen alweer onderdeel van een Deens bedrijf,en wereldmarktleider in graszaden, DLF. Dat bedrijf levert niet alleen gras in alle grote voetbalstadions in de wereld, maar ook bijvoorbeeld het snelgroeiende gras waarmee boeren hun melkproductie kunnen vergroten.
Meeuw de Bruijne: “Wij krijgen van een contracterend bedrijf, in dit geval DLF, het verzoek om dit of dat ras te telen. Je krijgt dan per kilo geteeld graszaad betaalt. Maar je zult zien dat het graszaad wat voor koeienboeren de hoogste melkproductie garandeert, voor ons weer minder oplevert. Om dat te middelen, krijgen we dan weer een hoger kilo prijs, bijvoorbeeld € 1,40 per kilo, in plaats van € 1,20 voor een andere kwaliteit gras.”

De mondialisering heeft directe invloed op het erf van de broers. De Europese boycot van Rusland heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat de afzet van koolzaad is weg gevallen. “Voor ons was Rusland en Oekraïne een nieuwe maar belangrijke afzetmarkt, ” legt Marco uit. “Wij zitten hier aan de kust, op goede grond en met een gunstig klimaat om koolzaad te vermeerderen, maar ja… het mag niet meer. Wat doe je er aan?”

Ook de val van de olieprijzen heeft ook een directe invloed op de prijzen van tarwe en suiker. Beide teelten worden onder de kostprijs verkocht. Marco: “Jarenlang was de zorg voor het milieu en het klimaat van het grootste belang. Het beleid werd er op afgestemd; in de akkerbouw zochten we naar oplossingen voor de bio-diesel, de bio-based economy. Maar nu de olieprijzen zijn weggevallen, hoor je er niemand meer over het milieu. Bio-diesel is niet meer rendabel en dus niet meer aan de orde.”

De berichten over een zachte winter in Canada en Rusland leiden er toe dat er een goede oogst wordt verwacht, deze zomer. Ook zo,n voorspelling heeft directe gevolgen voor een eenvoudig Zeeuws akkerbouwbedrijf. “Ook dat heeft weer een invloed op de tarweprijs. Alle andere prijzen voor akkerbouwers zijn gerelateerd aan de tarweprijs. Ik vind het vreselijk hoor,”‘ verzucht Marco, terwijl hij een kopje koffie inschenkt, “dat we aan de ene kant honger hebben op vier uur vliegen van bij ons, en dat we aan de andere kant zoveel hebben en zelfs voedsel weggooien aan het einde van de dag. Maar we kunnen ons er niet door laten afleiden. We blijven ons ontwikkelen; zijn als eersten begonnen met een coöperatie in windenergie. We hebben samen met collega’s acht grote windmolens in een coöperatief verband. En bij de bouw van een nieuwe schuur zijn we overgestapt op zonne-energie. Op korte termijn leggen we nog een serie zonnepanelen en dan zijn we in die schuur volledig energie onafhankelijk.”

Toch is het bedrijf van 100 hectare te klein om alle investeringen te kunnen bekostigen die een akkerbouw bedrijf vraagt. Een nieuwe combine kost al gauw €250.000 euro; een aardappelrooi machine kost € 200.000 euro en een nieuwe tractor €120.000 euro. daarom verhuurt Marco zich ook als loonwerker. Dan kunnen de machines optimaal worden benut, al is dat natuurlijk relatief. Marco: “Een aardappelrooi machine heb je voor de oogsttijd. Mijn overbuurman, die melkveehouder is, heeft alleen een tractor nodig en kan die alle dagen van de week gebruiken. Onze machines zijn telkens voor een specifiek gewas en zijn door het jaar dus maar beperkt bruikbaar.”

Het maakt het werk op het land stil; de vroegere landbouwgemeenschap bestaat niet meer. De machines doen het werk. Wat is de toekomst van het akkerbouwbedrijf? De prijzen zijn instabiel; de grond in Nederland is de duurste ter wereld, van goede kwaliteit maar feitelijk onbetaalbaar. Eenzaamheid op het erf schrikt jongeren af. Marco: “Ze gaan studeren in de stad, leren daar hoe leuk het is om onder mensen en leeftijdsgenoten te verkeren en ja… is een geïsoleerd leven op een boerderij dan nog aantrekkelijk?”

Voor Marco en Meeuw is er geen discussie. Zij zijn met het leven en werk op het land vertrouwd en houden het nog wel een poosje vol.”Marco: “Maar er komt voor mij ook een moment dat ik stop en nog wat anders wil zien en ga doen. wanneer, weet ik niet. Bij tijd komt raad.”

We lopen naar de schuur met de landbouwmachines; ze zijn zo groot en machtig dat het lijkt alsof grote mammoeten zijn. In werkelijkheid, realiseer ik me, zijn het robots, die het werk van de mensen hebben verlicht, maar tegelijk ook de menselijke aanwezigheid op het land hebben weg gedrukt.
Later die middag volg ik een debat in den Haag waar juist die robotisering wordt besproken, in aanwezigheid van professoren van de universiteit van Delft, van TNO en de voorzitter van de Sociaal Economische Raad, Mariëtte Hamer. De robotisering wordt tijdens het debat vooral gekoppeld aan industriële arbeid en de gezondheidszorg. Banen zullen daardoor massaal verdwijnen. De deelnemers aan het debat realiseren zich niet dat de robotisering, merk ik op, zich op het platteland al heeft voltrokken en dat daardoor het sociaal weefsel is verdwenen. Bovendien keert de overheid het platteland ook de rug toe en trekt haar voorzieningen uit de dorpen terug. Dat heeft grote gevolgen, vooral voor de achterblijvers, voor lager opgeleide mensen, voor ouderen en jongeren.