“Wie Werkt &CO.”

Inleiding

• Voor laag geschoolde mensen, jong en oud, is het (steeds) moeilijk(er) vast werk te vinden.
• Voor kleine zelfstandige werkende ondernemers is het vaak een te groot risico om (laag geschoold) personeel aan te nemen, ook al is er werk genoeg.
• Voor de overheid(sdiensten) is het zaak dat zoveel als mogelijk mensen werken en de afhankelijkheid (uitkeringen) van de overheid wordt terug gedrongen.

• Hoe verenigen we deze verschillende belangen?

• Anders gezegd, hoe lossen we dit op?

• En kan een eventuele oplossing een voorbeeld zijn wat elders kan worden nagevolgd?

Het voorbeeld.

Op het eiland Noord Beveland ligt nabij het dorpje Wissenkerke een klein doorsnee plattelands-industrieterrein. Daar hebben verschillende kleine zelfstandigen een werkplaats of loods: een hovenier, een installateur, een groenteboer, een kleine aannemer, iemand die kunststof kozijnen verkoopt en plaatst, een auto garage met werkplaats, etc. En er is een gemeentelijke milieustraat gevestigd die slechts enkele dagdelen per week geopend is.

(vraag aan Gert: hoeveel ondernemingen zijn in het toaal op Cruijckelkerke gevestigd? En hoeveel banen levert het op in de huidige situatie?)

1. Veel van de ondernemers hebben behoefte aan personeel; er is werk volop. De hovenier bijvoorbeeld heeft wel werk voor in het totaal vijf knechten. De hovenier werkt binnen het bedrijf samen met zijn zoon; samen hebben ze nog twee jongens in dienst op basis van een tijdelijk contract. De werknemers verrichten eenvoudig werk maar draaien volop mee; beiden zitten in een traject van “schuldsanering.” De hovenier zou zo, zelfs buiten het drukke seizoen wel permanent met vijf knechten kunnen werken. Zijn buurman, een installateur, kan ook twee tot drie extra krachten gebruiken, vooral ook omdat hij een winkel wil gaan openen in een van de naburige kleine dorpen. De overbuurman, die ook met zijn zoon, kunststof kozijnen plaatst, brast van het werk en kan personeel gebruiken.

De verschillende bedrijfjes hebben echter niet voldoende omvang om vast personeel in dienst te nemen: de risico’s bij ziekte (de verplichte doorbetaling, open gevallen vacature en dus extra personeelskosten) zijn te groot. Bovendien is een vast contract ook een groot risico; voor je het weet komt het voortbestaan van de kleine ondernemer in gevaar wanneer opdrachten tijdelijk terugvallen of omstandigheden zich wijzigen en flexabiliteit gewenst is.

2. Veel laag geschoolde mensen hebben nu weinig perspectief, zeker op het platteland. Armoede problemen en alles wat daarbij hoort (schulden, gezondheid, isolement, etc) liggen op de loer of zijn vaak al aan de orde. Zonder werk is men aangewezen op een uitkering. Voor de potentiële werknemers is het fijn wanneer er vast werk is en tegelijkertijd afwisseling mogelijk blijkt.

3. De overheid is er alles aan gelegen dat mensen aan het werk zijn, en minder afhankelijk van uitkeringen. Goed werk voor iedereen draagt bij aan een evenwichtige samenleving. Een toenemende grote zorg is hoe laag geschoolde mensen aan het werk komen, zich kunnen ontwikkelen en perspectief houden op een zinvol en volwaardig bestaan. Dat geldt zeker op het (grote delen van het) platteland waar, zo blijkt ook uit een studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), in toenemende mate laag en middelbaar opgeleide mensen achter blijven, terwijl goedopgeleide, kansrijke jongeren wegtrekken naar de stedelijke regio’s.

Plan & Voorstel.

a) Drie partijen (werknemers, bedrijfsleven en overheid) hebben gemeenschappelijke of aansluitende belangen. Er is arbeid, kapitaal en opdrachten; er zijn uitkeringen en belastingen.
b) Er is een gemeenschappelijk bedrijf, gevestigd en verbonden aan het bedrijventerrein. De aandeelhouders van het bedrijf zijn de werknemers, werkgevers en de overheid ( al dan niet via een gewestelijk ntwikkelingsbedrijf). Het bedrijf heeft werknemers in dienst die alleen door de op het industrieterrein gevestigde bedrijven kunnen worden ingezet. De werknemers krijgen een vast dienstverband en worden gedetacheerd bij de participende bedrijven.
c) Het bedrijf heeft in de opstartfase het engagement nodig van de drie verschillende partners.