Wie hoorde ooit van Fietje Kwaak, dochter van een ongeletterde landarbeider uit het Zeeuwse Oosterland? Buiten haar kleine familie en werkkring vermoedelijk niemand. Ze leidde een eenvoudig, anoniem bestaan. Waar anderen tijdens de Tweede Wereldoorlog de huizen van gedeporteerde Joden leeg roofden, koos Sophie Louisa Kwaak een ander pad. Deze kleine ongetrouwde mevrouw, in al haar eenvoud, kende een onwankelbaar en onaantastbaar gevoel voor eerlijkheid en rechtvaardigheid. Ze loodste een groot kapitaal van de Joodse familie Weil door de Tweede Wereldoorlog en zorgde dat na de oorlog alles netjes werd terug gegeven.

Vanuit het familiekapitaal financierde de familie Weil al ver voor de oorlog het Institut for Sozialforschung, de beroemde Frankfurther Schule, waar wereldberoemde sociologen en filosofen werkten, zoals Theodor Adorno, Herbert Marcuse, Max Horkheimer en Jurgen Habermas. Bertus Mulder uit het Friese Veenwouden, slaagde er in het leven van Fietje te reconstrueren aan de hand van honderden brieven en bronnenonderzoek in archieven in binnen en buitenland. Onlangs verscheen zijn biografie van Fietje Kwaak, ‘de Nazi’s te slim af zijn’, bij de Friese uitgever Bornmeer.

“Moedig voorwaarts, ook als ‘t leven U slechts grote zorgen biedt’ is een uitspraak van Fietje Kwaak en kenmerkt haar leven. Ze werd geboren op de drempel van de twintigste eeuw, in 1901, in de armoedigste omstandigheden op het Zeeuwse platteland. Fietje Kwaak was het kind van ouders die eerder, elk uit een eerste huwelijk, zeven kinderen hadden gekregen. Haar vader en moeder waren niet alleen naaste buren, maar ook nog eens aangetrouwde familie van elkaar. Als weduwnaar en weduwe en bijna buren was het in die armoedige tijd voor landarbeiders het handigst om snel weer te trouwen en het huishouden over en weer te binden. Het huwelijk blijkt evenwel geen succes; haar ouders blijven elk in het eigen huis wonen. Maar de levensomstandigheden waren zo slecht dat ziekte altijd op de loer lag; in 1908, toen Fietje zeven jaar oud was, overleed haar vader.

Juist aan het begin van de eeuw was een tram-boot verbinding naar Rotterdam aangelegd; daardoor konden vele Zeeuwen elders gaan werken en het isolement van de Delta doorbreken. Wanneer in Oosterland besloten wordt dat het huis van haar moeder moet worden afgebroken, is er geen andere optie dan het dorp te verlaten. Moeder en dochter vertrekken naar Den Haag, waar ze intrekken bij halfzussen van Fietje. Het wordt een nare, sombere tijd voor moeder en dochter. De halfzussen zijn ware kwelgeesten; de moeder wordt depressief en Fietje, die goed kan leren.
In den Haag volgt Fietje de lagere school en haar kwaliteiten vallen op: ze wordt uitverkoren een opleiding te volgen aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzeressen in Apeldoorn. De opleiding kan zij echter niet afmaken; de zorg voor haar moeder dwingt haar een andere kant op; ze gaat al snel werken en komt uiteindelijk terecht in Rotterdam waar ze uiteindelijk directiesecretaresse wordt van een Rotterdamse Belegging Maatschappij (Robema).

Bertus Mulder, die eerder een biografie en proefschrift schreef over de Nederlands vakbondman in de Frankfurther Schule, Andries Sternheim, heeft met eindeloos geduld en als ware speurneus het leven van Fietje Kwaak gereconstrueerd. Daarin kon hij slagen omdat Fietje haar levenlang uitvoerig correspondeerde met vriendinnen en kennissen, met collega’s en superieuren. Die brieven lagen verzameld in twee koffers, die na het overlijden van Fietje door een wonderlijk toeval aan Bertus Mulder ter beschikking werden gesteld. Aan de hand van talloze citaten uit de brieven is een sprankelend en spannend boek ontstaan. Het vertelt het verhaal hoe een dochter van een Zeeuwse landarbeider zich ontwikkelt tot een stille, bescheiden en anonieme Rotterdamse mevrouw die er in slaagt om de Nazi’s op afstand te houden en zo,n reusachtig kapitaal door de oorlog te loodsen en na de bevrijding terug te geven aan de naar Amerika gevluchte familie. Tegelijkertijd is de biografie een onmisbare schakel in de geschiedenis van de Frankfurter Schule èn, niet in het minst, een prachtige portret van een eenvoudig, bescheiden maar standvastig leven in de twintigste eeuw. Dus, een pluim van Jan, voor Bertus Mulder, ‘De Nazi’s te slim af zijn’, Sophie Louisa Kwaak en het kapitaal van de Frankfurther Schule, uitgeverij Bornmeer (ISBN 978-90-5615-355-7.)