Het is vrijdagavond laat wanneer ik even langs de loods van Gert Bezemer passeer. De deuren staan nog open; Gert (61 jaar) is nog bezig met het afronden van de laatste klussen. Het was een pechdag, hoorde ik van zijn vrouw. De nieuwe grasmaaier begaf het en moest gelijk worden gerepareerd; het betekende uren vertraging op een toch al drukke werkdag. Eerder in de week, tijdens een onbarmhartige storm, vloog de zijdeur van de nieuwe bus uit zijn hand en klapte door. De schade is aanzienlijk.
“Pech,”zegt Gert, terwijl hij zijn bril omhoog duwt. “Maar dat hoort er bij. Als er gewerkt wordt, heb je soms ook pech. Daar moet je niet van schrikken en gewoon doorgaan. De motormaaier is weer gerepareerd; het ging om een klein knopje zo groot als de nagel van een pink maar als dat knopje niet wil, stopt ie. Tja….. techniek.”
Gert Bezemer zal je niet gauw teneer geslagen zien; de hovenier uit Kats moppert weleens maar dat duurt nooit lang en het leidt niet af van het doel: hard werken, goed werk afleveren, een goeie baas zijn en geen gerotzooi met regels of kwaliteitseisen. Vakmanschap, eerlijk en integer werken… dat is het devies. Zo is hij tien jaar geleden voor zichzelf begonnen, met alleen een hark en een emmer. Tuinonderhoud in de directe omgeving, voor boeren en vakantiegangers, voor particulieren en bedrijven… En nu heeft hij, samen met zoon Jilles, een loods op het bedrijventerrein bij Wissenkerke, drie medewerkers en eigenlijk werk voor zeven man. Maar dat verhaal komt zo.
Gert groeide op in Zwijndrecht en werd als boomkweker opgeleid, in Boskoop. Boskoop was eeuwenlang het wereldvermaard kenniscentrum van fruitboomkwekers. Op school kregen Gert en zijn mede leerlingen zeventien theoretische en praktische vakken, intensief en gedegen. Wie met een diploma van Boskoop kwam, kon overal in de wereld terecht. Gert kreeg, samen met een maat, een aanbieding van een boomkweker uit Zwitserland. “Het was in de omgeving van Basel. Ik ben er twee jaar geweest. We verdienden geld als water. Ik leerde er welke verschillen er zijn tussen volken en culturen. We gingen eens naar de kermis, naar de botsauto’s. Bij ons is het de bedoeling om elkaar te raken, te botsen. Daar niet, maar dat wisten we aanvankelijk niet. Nou ze konden er niet om lachen, om ons gebots. Uiteindelijk ben ik terug gegaan. Ik kreeg heimwee.”
In Zundert, Noord Brabant, kon Gert bij een boomkwekerij aan de slag en specialiseerde hij zich in het enten van bomen. “Je zegt niet gauw dat je iets goed kan, maar ik kan heel goed kweken. Bomen, planten. Dat is iets wat ik echt heel goed kan.” Gert kijkt me even aan, drukt zijn bril omhoog en kijkt even om hem heen. De loods is zijn trots; begonnen met een emmer en een schop is hij nu een echte ondernemer. We spreken af dat we elkaar weerzien, thuis in Kats, na het werk.

II.
Thuis in Kats is Gert na een lange dag hard fysiek werken in de buitenlucht afgepeigerd. ’s Morgens is hij voor half acht in de loods; ’s avonds is hij thuis wanneer het werk klaar is. Dat is zelden om half vijf wanneer zijn drie medewerkers naar huis gaan. Na het avondeten is er nog zoveel te doen, onderhoud, administratie, of heel simpel een klus afmaken.
“Dat is allemaal niet erg maar het zou zoveel gemakkelijker kunnen. Er zijn zoveel rare dingen waar je aan moet houden. Wij, Jilles en ik, moeten net als andere ondernemers elk jaar een cursus Bedrijfs Hulp Verlening volgen. Dat ben je verplicht. Dat betekent dat wij, samen met 18 andere ondernemers een middag ergens in Goes moeten bijeenkomen en dan één voor één met de hand langs een deurpost moeten wrijven om vast te stellen dat er achter de deurpost geen brand is. Dat moeten we ieder jaar opnieuw doen, met die hand over een deur wrijven. Het kost ons per persoon wel € 250,= Dat is voor Jilles en mij vijf honderd euro.”
Ik vroeg Gert of hij wel eens les kreeg in eerste hulp bij ongelukken? Immers, een ongeluk, zeker met al dat tuingereedschap, zit vaak in een klein hoekje. “Was het maar waar. Leerden we maar iets. Dan had het nog zin. Dit is alleen maar bedoeld om bedrijven te spekken die zo’n cursus aanbieden. Het gaat nergens over.”
Gert heeft genoeg werk, meer zelfs dan hij aan kan, op het moment. Het tuinonderhoud van de tweede woningen in vakantieparken biedt een stevige basis, net zoals de ontwikkeling van een nieuw vakantierpark, ten westen van Colijnsplaat waar hij de inrichting verzorgt en de tuinaanleg. “Eigenlijk heb ik genoeg werk voor vijf mensen,”zegt Gert, die met regelmaat wordt gebeld door mensen die een baan zoeken. “Laatst belde een oudere man op uit Schouwen Duiveland. Die was zo wanhopig op zoek naar werk… hij zou in de bijstand terecht komen. Dat grijpt je dan wel naar de keel. Maar ik kan geen mensen in vaste dienst nemen, hoe graag ik het ook zou willen. Ik ben 61 jaar; ik kan niemand toch meer jaren werk garanderen. De risico´s zijn te groot; wanneer iemand langdurig ziek wordt, kan ik dat niet opvangen. Ik heb zelf een bescheiden inkomen, en een bescheiden huis. Dat is alles wat ik heb. Voor mijn collega’s, ondernemers, geldt overigens hetzelfde. We hebben genoeg werk om mensen er bij te nemen, maar het risico is te groot. Bovendien speelt mee dat je ook te maken hebt met seizoenswerk. En dan kun je zeggen.. neem dan iemand van een uitzendbureau maar dat helpt ook niet. Die kosten zijn me veel te hoog; dan betaal ik voor iemand bijna 5000 euro in de maand. Kom…”

We verzinnen een eenvoudig plan. Stel je brengt tien kleine ondernemers bij elkaar, een hovenier, een bedrijf in kunststof kozijnen, een loodgieter/ installateur, een paar boeren en winkeliers. Tegelijkertijd breng je een ploeg werkers bij een; samen vorm je een coöperatie, waardoor ondernemers beschikken over voldoende en gemotiveerd personeel, risico’s spreiden en voor werknemers is er uitzicht op vast en afwisselend werk. Zou het kunnen? Zou de overheid hier een rol kunnen spelen? Wie weet. Ik bel op naar de gemeente, waar zulke zaken nu worden bestiert maar wordt door verwezen naar iets wat heet GR de Bevelanden. Wat dat is, is ons niet duidelijk, maar er hoort een telefoonummer bij… als we dat draaien, draaien we rondjes in een antwoordapparaat met verschrikkelijke muziekjes. We proberen het een, twee, drie dagen achter elkaar. GR de Bevelanden… is iets uit een sprookjespark. Weet je wat, zeg ik tegen Gert, we gaan met zijn allen naar de Tweede Kamer, naar John Kerstens en Lutz Jacobi. Misschien kunnen zij ons op weg helpen… bovendien kunnen we de jongens dan eens laten zien waar het parlement is en hoe het werkt. Donderdag, dan gaan we naar den Haag.