Den Haag.- “Dit is thuis,”vertelt Mohamed Chohabi (28) in de gerenoveerde bibliotheek van de Schilderswijk in Den Haag. “Dit is de wijk waar mijn familie woont, waar mijn vrienden wonen. Ik ben hier geboren, opgegroeid en naar school gegaan. En later heb ik gestudeerd in leiden, in Amsterdam, in Granada in Spanje en in Los Angelos, maar dit is thuis, de Schilderswijk.”

De bibliotheek van de Schilderswijk is niet zo maar iets. In 2012 werd diezelfde bibliotheek samen met vijf andere bibliotheken door het toenmalig gemeentebestuur van Den Haag gesloten. Bezuinigingen. Het leidde in de Schilderswijk tot een storm van protest, van bewonersgroepen, van buurtorganisaties en scholen in de wijk. De protesten drongen door tot het stadhuis aan het Spui en hadden effect. Het oude bibliotheekgebouw werd gerenoveerd en in september van het vorig jaar in 2015, feestelijk heropend. Voor de sluiting bezochten jaarlijks ongeveer 50.000 bezoekers de bibliotheek; in een jaar na de heropening zijn 110.000 bezoekers genoteerd. Dat toont het belang van een bibliotheek in een wijk of dorp, als vooral er gezinnen wonen waar armoede en hoop hand in hand leven en taal een sleutel is tot samen leven. In de bieb worden tallessen gegeven, wordt er voorgelezen, maken kinderen huiswerk. Er zijn leeskringen en er worden computerlessen gegeven.

Voor ik de bibliotheek in de wijk ontdekte, wandelde ik door die Schilderswijk. Ze ligt tussen het treinstation Hollands Spoor en het Haagse stadscentrum. Er wonen meer dan dertigduizend mensen; iedereen met een eigen familieverhaal van gebondenheid, van vertrek en aankomst. Veel mensen leven op of onder de armoedegrens; de werkloosheid is hoog, schulden in sommige gevallen hoog, en de gemeenschap, hoe divers en hecht ook, is kwetsbaar. De buitenwereld kent de Schilderswijk als een probleemwijk, waar fanatieke religieuze jongelui met de rug staan naar de Nederlandse samenleving.
Maar op een grauwe, regenachtige donderdag in november kan ik met de beste wil van de wereld geen gesloten of een in zichzelf gekeerde gemeenschap ontdekken. In de veelheid van winkels aan de Hoefkade is het een drukte van belang; op straat komen vrienden elkaar tegen, wandelen moeders met kleine kinderen en veegt een ploeg van mannen in oranje gemeentekostuums de stoep schoon. Ik passeerde een groot aantal basisscholen, waaronder het Palet, een van de allerbeste scholen van het land. Staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker, reikte zelf het predicaat excellent uit.

Tegelijkertijd is de armoede en werkloosheid een vast gegeven in de Schilderswijk. In de thee en koffiehuizen, die je her en der tegenkomt, zitten midden op de dag, en laat in de middag grote groepen mannen. Tjon, 53 haar en één van de mannen van de veegploeg: “Ze zitten daar elke dag en wachten op de volgende dag. Waar is er voor hen? Zeg het maar.”Tjon zelf begon zijn loopbaan bij de sociale werkplaats, de Haaglanden; daarna werd hij klusjesman bij een woningbouwcorporatie. “Nu veeg ik. In mijn hele loopbaan werd ik telkens weer wegbezuinigd. Nu werk ik wel, maar waarvoor. Alles kost zoveel geld… Het leven is niet te betalen.”

Een eindje verder op, vlakbij de Haagse markt word ik aangesproken door een vriendelijke, magere man met donkere ogen, die me om vijftig cent vraagt, of een euro. Ik schud het hoofd; de man loopt verder. Ik draai me om en kijk hem na. Waarom bedelt die man, denk ik. Hij heeft nette kleren, ziet er verzorgd uit, waarom toch die armoede? Ik zie hem in de goot van de straat bukken en een peuk van een sigaret oprapen. Ik hol hem achterna. Wanneer ik vlakbij ben en roep, draait hij zich om. Waarom vraag ik. “Ja, “zegt hij. “Ik woon bij het Leger des Heils. Ik heet Ismaël. Ik ben 38 jaar. Ja. Mijn geld wordt beheerd. Ja. Ik heb soms stemmen in mijn hoofd. Tovenaars. Die zeggen wat ik moet doen. Ja. Ik ben geboren in Wateringen, in het Westland. Daar ben ik ook naar school gegaan. Vijftien jaar geleden zijn we naar Den Haag verhuisd. Nu heb ik een vast kamer bij het leger des Heils. Ja. Dan heb ik een beetje geld nodig. Soms voor een pretsigaret. Tovenaars rustig houden.” Ik geef hem mijn muntgeld; hij geeft me een handdruk, zacht en broos.

Ik dwaal verder door de wijk. Op iedere straathoek zijn afbeeldingen van schilderijen, telkens verbonden met de schilder waar de straat naar is vernoemd. Het straatnamenmuseum

In de bibliotheek drink ik een kopje thee, tussen kinderen die hier huiswerkbegeleiding krijgen van vrijwilligers; maak een praatje met jonge meiden die een stage lopen, de een van de praktijkschool, de ander van het ROC. Aan een grote tafel tussen de rekken met kinderboeken zitten oude Chinese heer en mevrouw. De mevrouw, met een brilletje op de punt van haar neus spelt een krant met de Chinese karakters; de oude heer naast haar leest Vrij Nederland. Aan een ronde tafel met computers kijken twee mannen met een koptelefoon op hun hoofd afzonderlijk naar een film. In een hoekje, tussen boekenrekken is een Marokkaanse man met zijn laptop aan het werk. Hij wacht op zijn dochtertje die in een aparte ruimte haar schoolwerk uitwerkt.

Mohamed Chohabi is officieel de ‘programmamanager’ van de bibliotheek in de Schilderswijk. “Ik ben een kind van de buurt en wilde zo graag hier, in deze wijk werken, “, vertelt hij nadat hij juist is terug gekeerd van een bezoek aan de kapper. “Weet je, ik heb gestudeerd, rechten. Ik werkte aanvankelijk voor het kantoor van de landsadvocaat, daarna voor het ministerie van veiligheid en justitie, maar in de Schilderswijk ligt mijn hart. Naast mijn werk richtte ik een stichting op die jongeren, die uit de gevangenis kwamen, weer op rechte spoor wil brengen. Die stichting functioneert nog steeds. Vanuit het ministerie kon ik overstappen naar de gemeente en ben nu hier aan de slag. Daarnaast doceer ik rechten aan de Erasmus universiteit. Maar deze wijk is zoveel te doen, hier ligt mijn hart.”

Hij vertelt dat het bestuur van in de beruchte Al Soenna moskee in de wijk is vernieuwd en dat de atmosfeer er wezenlijk is veranderd. Van een radicale stroming is geen sprake meer. De jongeren Iman spreekt gewoon in het Nederlands, ook tijdens de gebedsdiensten. Het gaat hem om de verbinding van de Islam met de Nederlandse samenleving. Maatschappelijke hulp aan en voor de jongeren staat voorop. “Gisteren had ik hier Diederik Samsom op bezoek en heb ik hem mee genomen naar de Moskee,”vertelt Mohamed, “Ik wilde dat hij de nieuwe goeie mensen uit de Schilderswijk zou ontmoeten. Vanavond komt hier vice premier Asscher hier in de bibliotheek praten. We hebben 225 reserveringen. Dat is echt heel veel, voor een kleine bibliotheek, in de wijk… En maandag 14 november is het eerste lijsttrekkersdebat, juist tussen Diederik Samsom en Lodewijk Asscher, hier in de wijk. Dan gaat ook over de problemen die kinderen met een bigculturele achtergrond uit Schilderswijk hebben om aan een stageplaats te komen en dat ze drie keer minder kans hebben op een baan. Dat soort vraagstukken, die gaan me aan het hart.”