Kats- In de schuur met ooien en lammeren staan vier grote balen met wol, 80 tot 90 kilo zwaar. Het is vrijwel niets waard. Een opkoper zal de balen ophalen, naar China sturen om te worden gewassen en daarna wordt het ergens verwerkt, mogelijk in de auto-industrie. “Wie wil deze wol nu nog gebruiken,” vraagt Guus de Regt, schapenboer te Kats. Hij heeft 650 ooien, die onlangs werden geschoren door drie Poolse mannen, die in de buurt van Utrecht wonen. “Die mannen rijden het hele land rond. Ze scheren met zijn drieën 300 schapen op een dag. per schaap krijgen ze er € 2,25 voor. Er zijn in Nederland geen mensen meer die schapen scheren; het is te zwaar en gespecialiseerd vakwerk.”

Guus de Regt (1957) is een schapenboer in Kats, op Noord Beveland, het kleinste van de Zeeuwse eilanden. Dit voormalige eiland ligt tussen de Oosterschelde, Noordzee en het Veerse Meer. Er wonen iets meer dan zevenduizend inwoners; het is de dunbevolkte gemeente van Nederland. De Oud Noord Bevelandpolder, werd bedijkt in 1598; vandaar uit groeide het eiland bij stukje en beetje tot wat het nu is. Door de Zeelandbrug verbonden met Schouwen en Duiveland; via de Zandkreekdam met Zuid Beveland en de Oosterscheldekering is de laatste verbinding die het eiland ontsloot.
Guus de Regt boert op de plaats waar de eerste boer van het eiland zich kort na de bedijking in 1598 vestigde, hoeve Oosterstein. Hij name het gemengde bedrijf van zijn vader over met 60 hectare akkerbouwland. “Maar ik ben geen akkerbouwer,” vertelt Guus aan de keukentafel, “ik houd van dieren. Als ik geen schapen zou houden, stapte ik over op koeien.”
De schapenfokkerij is Guus’ lust en leven. Elke nacht stapt hij zonder morren om drie uur uit bed om even in de stallen te kijken of er schapen aan het lammeren zijn en of alles goed gaat. Vier van de vijf schapen lammeren op eigen kracht; maar net die ene heeft wel hulp nodig. “Soms ben je in een kwartier klaar, maar het kan ook anderhalf uur duren voor alles in orde is.” De werkdag begint voor Guus de volgende ochtend om zeven uur: voeren; de gezondheid van schapen en lammeren controleren, schoon stro in de stal en na de koffie om negen uur volgt een ronde in de jeep over de 60 kilometer dijken en binnendijken van Noord Beveland, waar kuddes schapen grazen.
Terwijl Guus zijn verhaal doet, rijdt een vrachtauto van een frietfabriek uit Kruiningen het erf op en stort een berg aardappels en afgekeurde friet. “Dat afval van Lamb Weston Meijer is zetmeel en de schapen smullen er van. De frietfabriek is blij dat ze het kwijt kan; ik ben geholpen met goed wintervoer, ” vertelt hij.
Aanvankelijk leverde Guus zijn Swifter schapen af bij andere boeren, van Groningen tot Brussel. “Het was een nieuw gewild ras en ik had de grootste fokkerij in die periode. Nu is dat anders; ik heb nog maar 650 ooien. De schapen en lammeren worden nu verkocht voor de slacht. Hier op het eiland breng ik de schapen naar Cor Verburg, op Kortgene, een van de laatste zelfslachtende slagers nog in Nederland. Maar verder verkoop ik ook aan vaste handelaren in de grote steden.” Het schapenvlees ( 6 euro de kilo) brengt veel meer op dan varkensvlees (1,50 euro per kilo) en het Noordbevelam is intussen een erkend en zeer geliefd streekproduct.
Guus heeft een aantal jaren geleden de helft van zijn akkerbouwland verkocht aan de provincie. Daar aan de voet van de Zeelandbrug wordt nu met wisselend succes geëxperimenteerd met de kweek van vissen, oesters, zagers en pieren op het land. De andere helft van zijn akkerbouwgronden verhuurt hij aan collega boeren. “Het is voor een kleine boer zoals ik, met dertig hectare, niet meer rendabel om er een heel machinepark op na te houden. Nieuwe tractors zijn niet alleen zo kostbaar; ze zitten vol met computers. Dat is mijn wereld niet. Ik verhuur mijn land en de nieuwe koelcellen op het erf aan mijn collega’s. dan weet ik precies wat het jaarlijks opbrengt en ik heb er geen omkijken meer naar.”

Het werk op de boerderij wisselt van karakter met de seizoenen; behoudens tijdens de zomermaanden gaat het lammeren wel het hele jaar door. Tijdens de zomermaanden lopen alle schapen op de binnendijken en over de zeedijk aan de noordkant van het eiland.