Kats.- Vanaf het eerste moment dat de school in Kats gesloten werd, en daarmee ook de (school) bibliotheek uit het dorp verdween, heb ik aan het gemeentebestuur gevraagd om in het voormalige schoolgebouw een kleine (school) bibliotheek te mogen inrichten. We zouden zo een verbinding organiseren met de officiële Zeeuwse bibliotheek en voor de kinderen van Kats een gemeenschappelijke leer en studieomgeving kunnen scheppen, waar ze zich ten minste zouden kunnen voorbereiden op de middelbare school of bijlessen zouden kunnen volgen. Vanaf het eerste moment is dat verzoek in de wind geslagen; in plaats daarvan werd het schoolgebouw in handen gegeven van een commerciële bewindvoerder, die slechts een enkel lokaal benutte. De rest van het gebouw bleef leeg. Intussen is het gemeentebestuur van Noord Beveland van plan om het schoolgebouw aan de Dickensiaanse ‘ondernemer’ te verkopen.

Buiten het schoolgebouw is in Kats geen plek voor een bibliotheek of leeromgeving. Je zou natuurlijk kunnen opwerpen dat een kleine, fijne bibliotheek ook onzinnig is omdat je thuis via internet elke denkbare informatie beschikbaar is. En het valt niet te ontkennen dat je via Google, of een andere zoekmachine je alles kunt vinden waarnaar je op zoek bent. Maakt dat een bibliotheek overbodig? Je kunt die vraag ook anders stellen: hoe werkt de menselijke geest? Hoe leert een mens? Hoe leer je ontdekken of iets vinden wat je niet zoekt en je ook verrijkt?
Vorige week vrijdag woonde ik een debat bij over robotisering. De meest deskundige mensen van de universiteit van Delft, TNO en de voorzitter van de SER, Mariëtte Hamer deden aan dat debat mee. We kregen een glimp van inzicht in de toekomst: zwaar, eenvoudig en repetitief werk zal in de toekomst worden verricht door robots, machines. In plaats van de persoonlijk zorg voor een oudere of hulpbehoevende patiënt, kan straks een robot dat werk overnemen. De vraag die de deskundigen aan deze ontwikkelingen koppelden, was deze: we moeten wel nadenken over welk werk we voor de mens overhouden? Wat is de toegevoegde waarde van de (werkende) mens? Die vragen liggen in het verlengde van de vraag of je een bibliotheek of een school nodig hebt, omdat je toch alles via het internet kunt vinden en leren.
Ik ben zo eigenwijs te denken dat je in een computer dat vindt wat je zoekt, maar niet wat je niet zoekt. Ik zal een voorbeeld geven. In een bibliotheek van een ‘snuffelschuur’ in Grijpskerke vond ik een dik boek van de Open Universiteit: ‘Nederlandse literatuur, een geschiedenis’. Het boek bevat een reeks opstellen en artikelen over verschillende aaneensluitende periodes van de Nederlandse literatuur. Het begint in de late Middeleeuwen, in de 11e eeuw. Ik lees die opstellen met plezier, met tussenpozen maar de een na de ander. Het ene verhaal brengt je naar Karel en de Elegast, het andere verhaal, over Hadewych naar een CD met laat Middeleeuwse muziek ( Love’s Illusion, music from the Montpleiier Codex) , of naar de tentoonstelling van Jeroen Bosch in het Noord Brabants Museum.
Via Jacob van Maerlandt kom je vanzelf weer in Kats terecht… De verbinding tussen de niet gezochte fragmenten in het boek en andere geschriften of kunstwerken verrijken onverwacht en onbedoeld. Ik kan die kennis doorgeven, in brieven en verhalen, maar ook aan de kinderen van het dorp, die op hun beurt een speurtocht zouden kunnen maken door het aanbod van boeken in een kleine dorpsbibliotheek. Ze zouden een (leer) weg kunnen ontdekken, die niemand anders voor hen zou kunnen uitstippelen, terwijl ze zich verbonden weten in de gemeenschap, die een bibliotheek nu eenmaal is. De zorg voor elkaar en voor het gemeenschappelijk boekenbezit is precies diezelfde zorg die een ouder mens iof een patiënt n een onbewaakt ogenblik nodig kan hebben: een hand op je schouder, een aai over je bol. Google of een robot helpen dan niet, wel integendeel. Het isolement leidt de mens niet alleen naar stagnatie en angst, maar vooral ook tot radicalisering.
En alleen al om die reden vechten we door voor een school en een bibliotheek in Kats. En vergeet niet dat prachtboek te lezen, Nederlandse literatuur, een geschiedenis, een uitgaven van Matrinus Nijhoff,, uitgevers uit 1993, ISBN 90 6890 393 4.
ps. En als het allemaal mislukt hier door de onwil van gemeentelijke overheid, begin ik later, als ik groot ben, een eigen bibliotheek voor de kinderen.