Wissenkerke- ‘s Morgens voor dag en dauw, staan Ronnie (52) en Marjan de Bruine (58) op en rijden vanuit Geersdijk naar hun loods op bedrijventerrein Cruijckelcreke. Op maandag zijn ze om zes uur in de loods en laden hun marktkraam vol met groente en fruit; op dinsdag gaat de wekker om drie uur.
Maandagmorgen staat Ronnie met zijn kraam op het havenplein van Colijnsplaat, een paar minuten rijden van de loods. De aardappelen zijn in de reclame, 10 kilo bintjes voor € 3,50 en 5 grape fruits voor € 2,50. Aan het eind van de vorige week zijn in alle woningen van Colijn kleine papieren berichtjes gestopt, met de aanbiedingen.
Ronnie: “Je moet af en toe even laten weten dat je er bent.” Terwijl Ronnie nog even een kop koffie inschenkt komt Bart aangereden, van de groothandel in Middelburg. Ook hij is zo,n vroege vogel; zes dagen in de week al vanaf drie uur in de ochtend op weg naar groenteboeren en winkels om bestellingen af te leveren. Bart is al vanaf zijn zestiende in dienst bij zijn baas; hij is nu zestig jaar en werkt nog even hard, en even lang. Van halverwege de nacht tot ‘s avonds laat. Op zondag neemt hij rust. “Dan slaap ik wat langer, tot negen uur, soms,”zegt hij. “En dan doe ik lekker de hele dag niks. Bakje koffie op de bank.” Nu, om kwart over zeven heeft hij zijn eerste ronde al gemaakt en zijn Ronnie en Marjan de laatste klanten. “Ik heb overal sleutels van; ik zet mijn bestellingen in de koelcellen. En nu ik klaar ben, rijd ik zo weer naar de veilingen, Breda, Barendrecht om de voorraad bij ons weer aan te vullen. Zo gaan we rond.”

Kwart voor acht rijdt Ronnie met zijn bus en marktkraam naar Colijnsplaat; Marjan laadt de bestelauto. Vaste klanten op Noord en Zuid Beveland krijgen de bestellingen desgevraagd thuis; de gemeente wordt voorzien van schoolfruit. Als dat werk en de administratie is gedaan, helpt ze weer mee, op de markt. Het papierwerk is routine geworden, behalve dan de maatregel die geldt voor de verkoop van plastic tasjes. Marjan: “Voor groente en fruit geldt het BTW tarief van 6 % maar voor die gekke plastic tasjes is het dan weer een tarief van 21 % BTW. En we moeten nu een paar cent rekenen voor een tasje. Ja, dat is dan weer even opletten. Maar verder gaat het wel. Ze sparen voor het pensioen; Ronnie heeft een ziektekosten verzekering; Marjan niet. “Dat zou te duur zijn.” Geëmmer is er ook met de gemeente; de aangewezen marktplaats in Kamperland, een van de dorpen op het eiland, is te klein en er is evenmin elektriciteit, om de lampen en de kassa te bedienen. Op een andere plaats, bij de voormalige Rabobank, is er wel ruimte en stroom maar de gemeente houdt een besluit al meer dan vijf maanden op. “Reken maar uit… elke week een halve dagwinst, keer vijf maanden. Dat wordt wel eens vergeten. De crisis hebben we doorstaan en zachtjes aan wordt het weer wat beter maar toch… We zouden gebaat zijn bij een plaatsje op Kamperland, hoor.”

Het is maandagochtend, akelig koud en er staat een harde wind. De groenteboer is de enige marktkraam op het havenplein. Maar met grote lach helpt Ronnie de ene na de andere klant. In het eerste half uur had hij al twee klanten die elk honderd kilo aardappels bestelden. “Je verwacht het niet, op zo,n stil dorpje, midden in de schoolvakantie. En de bakker om de hoek is nog dicht ook.. Dus ik verwacht eigenlijk een stille dag. Maar je ziet het… op de markt kan je het nooit zeggen.”

Toch zijn er wel degelijk zekerheden. Dinsdag heeft hij drie markten, op drie verschillende plaatsen. Ronnie opent zijn kraam als eerste om zes uur ‘s morgens in Kruiningen; de eerste klanten staan hem dan al op te wachten. “Kruiningen is een gelovig dorp, met nog heel veel grote gezinnen, zeven acht kinderen. Dan verkoop ik makkelijk twaalf kisten mandarijnen, sinaasappelen, kiwi’s… Ze eten daar liever allemaal gezond fruit, met veel vitamines C. dan pillen van de dokter of de drogist. Prima toch?, “zegt hij lachend.
Ronnie heeft de groente en fruithandel van zijn vader overgenomen. Hij is op zijn zestiende begonnen, eerst bij een andere groenteboer, om het vak van een ander te leren. “Dat is altijd goed,”zegt hij, terwijl een mevrouw van haar fiets af stapt. Hij loopt op haar toe. “In 1989 heb ik de zaak van mijn vader definitief overgenomen. Ik deed de markt en ventte ook nog langs de huizen….”Dan richt hij zijn blik op de mevrouw, die een stapeltje bruine papieren zakken van de groenteboer terug geeft.
Vorige week was ze ziek; haar man kwam in haar plaats. “Je had het te pakken, hoorde ik.”
“Ik weet er niet veel meer van hoor,” zegt ze, “alleen nog dat ik drie orka’s zag, in een vijver in Veere. Zuurkool.”
Ronnie trekt even zijn wenkbrauwen op, terwijl hij de zuurkool pakt. “Drie orka’s?”
“Ja, zeker. Twee grote en een kleine. In een vijver in Veere. De rest weet ik niet meer. En een rode paprika. Ik zal van de week een keer wat husselen. Doe ook maar champignons erbij.”

Wanneer hij alle boodschappen in de fietstas van de mevrouw heeft gestopt, draait hij zich om, wrijft in zijn handen en lacht. “Ik vind het heerlijk werk; het is echt mijn hobby. Drie orka’s in een vijver. Kijk daar komt haar zoon. Let maar op.”

Een grote Mercedes rijdt het havenplein op en een volwassen man loopt op de kraam af. Hij heeft geen idee dat zijn moeder juist haar boodschappen heeft gedaan. De man informeert Ronnie over de ontwikkelingen tijdens de raadsvergadering in het gemeentehuis, geeft ondertussen zijn bestellingen door, legt uit hoe hij een vrachtje tegels ophaalde in een te zwaar beladen aanhangwagen en zegt dan, op precies dezelfde toon, terwijl hij over die tegels praat. “En een rode paprika.”

Wanneer de man weg rijdt… lacht Ronnie opnieuw. “Heb je het nou gehoord. Moeder: één rode paprika. Zoon: één rode paprika. Weten ze het van elkaar?”