Schaalvergroting in onderwijs niet langer eenzijdig antwoord op krimp.

Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker heeft de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen erkend. In een brief aan de Tweede Kamer heeft Sander Dekker toegezegd dat wetgeving zal worden aangepast om de plannen van Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen mogelijk te maken. Met de erkenning krijgen ouders en docenten een alternatief voor de sanering van kleine scholen en schaalvergroting in krimpgebieden. De zeggenschap over het onderwijs keert daarmee terug naar het hart van de gemeenschap: docenten, ouders en het eigen dorp krijgen bestuur en beheer van de eigen school in handen. Aan dit besluit ging drie jaar politieke actie vooraf.
Het begon allemaal op donderdag 6 januari 2012 toen een meisje tegen haar vriendin verzuchtte: “Ik hoop dat als wij later kinderen krijgen, dat zij dan wel gewoon onderwijs krijgen.” De twee meisjes, tegenover me in de trein tussen Roosendaal en Rotterdam, hadden daarvoor hun ervaringen in het onderwijs besproken. Ik had op dat moment het eerste jaar van mijn voettocht door Nederland achter de rug. In alle windstreken waar ik passeerde hoorde ik dezelfde klacht over het onderwijs: “het is een zooitje; we leren niks en de bureaucratie is om gek van te worden.”
Voor mij waren de verzuchtingen van de twee meisjes in de trein de druppel die de spreekwoordelijke emmer deden overlopen. Ik vond dat er wat moest gebeuren maar wat en hoe, wist ik nog niet. Op Hemelvaartsdag van datzelfde jaar vernam ik tijdens mijn wandeling in Zaandam dat de basisschool in mijn dorp Kats zou worden gesloten. Het ging om een klein schooltje met tot voor kort een geweldig schoolteam, geweldig goed onderwijs: een school die het kloppend hart van de gemeenschap vormde. De sport en badmintonvereniging, de dorpskrant, de Oranjevereniging, de speeltuinvereniging… alles in het dorp draaide om de school. Het argument om de school te sluiten was dat goed onderwijs in een kleine school op termijn niet zou kunnen worden gegarandeerd. Er waren op dat moment 44 leerlingen, die een hechte gemeenschap vormden.

Ik ontwikkelde, samen met anderen, een plan. Binnen een kring van maximaal zeven zouden laatste scholen, verspreid door het land, zich moeten kunnen verbinden en verenigen, docenten, ouders en dorpsgemeenschap zouden de verantwoordelijkheid voor de laatste school op het dorp moeten kunnen opnemen en binnen de scholen zouden we met onderwijs op maat van ieder kind kwalitatief hoogstaand onderwijs kunnen aanbieden. Bovendien wilden we in ieder dorp twee huizen verwerven waarin we die gezinnen uit de grote steden zouden kunnen opnemen die voor kortere of langere tijd baat zouden hebben bij een plekje in ‘de luwte’. We wilden ons tegelijkertijd verbinden met de kennisinstellingen in de grote steden.
Die plannen werden door de onderwijsbestuurder van de schoolkoepel voor openbaar onderwijs, NOBEGO, niet serieus genomen; de wethouder van Noord Beveland, waartoe Kats behoort, verklaarde zich met alle macht tegen de plannen te zullen verzetten. Ook de staatssecretaris verzette zich tegen de plannen voor de ‘Kleine Scholen Coöperatie” en noemde die tijdens een debat in de Tweede Kamer ‘onwenselijk en onmogelijk’. De Tweede Kamer dwong de staatssecretaris evenwel de plannen te laten onderzoeken en toetsen door het Nederlands Centrum voor Onderwijs Recht. Dit NCOR wees het idee van een coöperatie af: een schoolbestuur binnen het primair onderwijs moet de structuur hebben van een vereniging of een stichting… Daarmee was tegelijk het probleem opgelost: de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen krijgt verenigingsstatuten.
Daarmee viel het bezwaar ‘onmogelijk’van de staatssecretaris weg en kon hij de uitspraak van de Tweede Kamer honoreren… Wat betekent het concreet?
1. De macht van de MR wordt verruimd; de dialoog en het maatwerk wordt onderwijsbestuurders opgelegd.
2. Sluiting en fusie van een (laatste) school kan niet langer zo maar worden afgedwongen.
3. De MR wordt verplicht haar achterban te raadplegen (dat betekent in de praktijk ook het dorp).
4. De betrokken ouders/ docenten (MR) worden geïnformeerd door de bestuurders over de wettelijke positie (rechten en mogelijkheden van bijstand).
5. De Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen worden erkend als bevoegd gezag; ouders en docenten kunnen een bestuur vragen de school daar aan over te dragen.
6. Mocht het tot een conflict komen, kan de Geschillencommissie de wens om over te stappen naar de VZD als onderdeel van haar oordeel en uitspraak mee laten wegen.

7. Verschillende denominaties kunnen binnen de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen worden samen gebracht.
8. We hebben afspraken gemaakt met de Onderwijsinspectie over het terugdringen van bureaucratie en werkdruk; met de onderwijsbonden spreken we opnieuw op 20 mei as.
9. Onze inzet en die van de Vereniging voor Kleine Scholen heeft geleid tot een nieuwe politiek-maatschappelijke realiteit: schoolbestuurders kunnen niet eenzijdig inzetten op schaalvergroting en sanering in het onderwijs:
10. Expliciet schrijft staatssecretaris Dekker dat eens genomen besluiten, zoals de school in Kats, niet kunnen worden terug gedraaid. Dat heeft alles te maken met politiek gezichtsverlies en officieel genomen besluiten. Bovendien wil niemand een terugkeer naar het verleden. De oplossing ligt echter verscholen in punt vijf, de tweede alinea. In overleg kan een school straks “verhuizen”, dat wil zeggen een BRIN nummer. Ook voor Oostknollendam en de school in Schore ligt hier de sleutel voor de oplossing.
11. Inhoudelijk en onderwijskundig kiezen we voor drie (of vier) combinatieklassen, gemiddeld groepen van 16 leerlingen.
12. We schrappen alle niet noodzakelijk overheadkosten en bureaucratie, waardoor docenten meer tijd krijgen voor het onderwijs en de gemeenschap, waarvan de school immers het kloppend hart is.
13. Op een schooltje van gemiddeld 48 kinderen kunnen we zo jaarlijks 55.000 euro extra geld voor onderwijs vrijmaken.
14. In ieder dorp maken we bovendien twee huizen vrij voor die gezinnen uit de grote steden die om welke reden nood hebben aan een kortere of langere periode “in de luwte”. Bijvoorbeeld, die ene moeder uit Amsterdam die van het platteland uit Afrika kwam na alle gruwel van oorlog & geweld, en die zich in de grote stad niet kon handhaven. Daardoor ging het met haar twee dochters ook niet goed. In Amsterdam was men er van overtuigd dat als die moeder de rust en ruimte, vertrouwen en warmte zou krijgen in ons dorp… dat het dan met die twee meisjes, haar dochters ook goed zou gaan. En dat gaan we dus ook doen; zo kunnen we elkaar in het land een beetje helpen.
15. Verder helpt de ICT techniek ons mee… door telkens een kring van zeven zelfstandige dorpsscholen verspreid door het land bij elkaar te brengen, kunnen scholen, leerlingen en docenten, ook van elkaar leren, kennis uitwisselen, elkaar in schoolvakanties/ schoolreizen opzoeken.

16. Vanzelfsprekend zorgen we voor een directe verbinding met de kennisinstellingen en universiteiten in de grote steden waardoor we onze scholengemeenschappen steeds van adequate kennis voorzien.
17. We willen op verzoek van Amsterdam graag vooral jongens opleiden in de school en dorpspraktijk (en specialiseren in onderwijs op maat/ passend onderwijs).
18. Binnen de school zijn ouders betrokken; iedereen maakt deel uit van de medezeggenschapsraad en draagt een steentje bij.
19. Binnen iedere kring van zeven scholen werken we samen, ongeacht de verschillende denominaties en achtergronden van elke school. Ieder dorp behoudt zo het eigen karakter en de sociaal-culturele/ religieuze achtergrond.
20. Met andere woorden… kleinschalig onderwijs, op maat van ieder kind, hecht de gemeenschap, niet alleen binnen het eigen dorp maar in de samenleving als geheel.
Eindelijk, eindelijk na drie jaar strijd goed nieuws…. vanuit een positie van niks, de voettocht en zonder enige statuur zijn we er met elkaar in geslaagd om met hulp van de politiek (en de PvdA in het bijzonder) de macht in Onderwijsland een beetje te verleggen. Schaalvergroting is niet langer meer het enige antwoord op de problematiek van bevolkingsdaling. Dit alles is winst, voor kinderen, ouders, docenten en de gemeenschap. En daar ging het om.
Jan Schuurman Hess.