Kats, 2 april 2007.

Beste,

De voorbije week heb ik, onverwacht heel intensief moeten werken aan het verwezenlijken van mijn droom, het Huis voor Europa. (Dat verbindt op heel eenvoudige wijze de kwaliteit van Europese verscheidenheid en samenwerking met alle niveau’s  van de samenleving). Daardoor was het onmogelijk te beginnen aan deze reeks van brieven…. Maar nu, goed, aan de slag. Het is zondagavond. Aan het begin van de week werd het tweede deel van de Wouter tapes getoond en becommentarieerd en aan het einde van de week werd het boek van de WBS, de Verloren Slag, gepresenteerd en uitgebreid besproken in de media.

Mij vielen drie dingen op, deze week. De inkomens van de topbestuurders in dit land, weerzinwekkend,voor bestuurders in loondienst en de stilte daaromtrent. (Maar evengoed erger ik me kapot aan al die bestuurders en managers in de (semi) publieke sector, die van topinkomens voor zichzelf ook goed weten.)

Maar eerder een foto op de voorpagina van Trouw: een man, zittend in de cabine van een Hummer op de AutoRai, dikke buik, een grote zwarte zonnebril, potje gel in de donkere krullen en om de linkerarm een zwaar horloge. Een grote auto is een levenstijl, luidde de titel boven de foto, meen ik.

Het tweede bericht, ook in Trouw, viel me op, gisteren, zaterdag, geschreven door een voormalig raadslid van de PvdA in Arnhem. Op de opiniepagina schreef hij een mooi stuk over de aanpak van de probleemwijken. De kop daarvan was: “Wat bewoners willen, mag niet.” De essentie van het verhaal was dat Jaap Huurman vreesde dat beleidsmakers (bij gemeenten en corporaties) en politici niet naar de bewoners willen luisteren, hen geen verantwoordelijkheden willen of durven te geven en dat dus de probleemwijken wel eens in rampwijken zouden kunnen veranderen.

In deze eerste brief, zo heb ik aangekondigd, zou het moeten gaan over de volkse partij. Ik maak mij zorgen over de partij als democratische organisatie. Ik bedoel dat heel eenvoudig; de rol van politieke partijen in ons bestel vind ik erg belangrijk en hecht daaraan zeer. Onze partij staat er niet goed op: zakkenvullers zijn we, of bestuurders die mee waaien op de golven van het opportunisme. We luisteren niet naar de mensen, en zijn gericht op het veroveren en behouden van posities in plaats van het dienen van belangen van de mensen. Iedereen hoort die geluiden en ziet wat de mensen bedoelen… en hoe moeilijk is het besturen, hoe moeilijk is het om goed te doen…. Ik weet het. En toch, we moeten hieraan voorbij… we zi9jn wel degelijk een bestuurders partij waarvan de leden veelal verbonden zijn aan de publieke of semi publieke sector.

In mijn inleidende brief vertelde ik dat het zo slecht gaat met de partij in Zeeland; In de voorbije decennia, ik vermoed dat dit gaat over een periode van wel 25 jaar, is er nauwelijks sprake van ledengroei, zijn er nauwelijks activiteiten geweest en is het nu zo ver gekomen dat er nauwelijks nog mensen te vinden zijn voor lokale besturen of het gewest. Sinds jaar en dag is de focus hier gericht op baantjes en posities in raden, colleges en Staten, of, daarbuiten, in het openbaar bestuur en de semi-overheid. Nu vecht men de laatste strijd uit omwille van baantjes en ik kan zeggen dat dit een zo afschuwelijk schouwspel is, zo ziek en intens verdrietig eerlijk gezegd… ik kan het nauwelijks aan zien.

Uit mijn contacten in het land weet ik dat elders de partij er wellicht niet zo slecht voor staat als in Zeeland maar goed gaat het ook niet, uitzonderingen daargelaten. Velen zullen de problemen herkennen. De partij is geen vrolijke, dynamische pijler in een democratisch bestel; we zijn geen partij die dicht bij de mensen staat. En dat ligt nu even niet aan onze volksvertegenwoordigers in den haag, of Brussel… ik heb het over de partij in het land, om de hoek, een eindje verderop, in de volgende stad.

Natuurlijk, besturen is belangrijk, en invloed en macht ook…. Ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat ik dat onderschrijf maar wanneer we eigenlijk niet meer zijn dan een kiesvereniging die zich richt op het periodiek veroveren en behouden van zetels, dan gaat et mis, onherroepelijk. En een koerswijziging alleen in en van het partijkantoor en bestuur in Amsterdam zal niet voldoende zijn om deze toestand wezenlijk te veranderen.

Als we nu eens heel eenvoudig nadenken over wat een politieke partij is, een sociaal democratische partij en wat we dan al zouden kunnen aanbieden en ontwikkelen, dan is dat zoveel meer. We zouden een open partij moeten zijn, een intens netwerk geworteld in de vezels van de samenleving, verbonden, luisteren en wetend met, van en naar de mensen. In een partij zoals ik die zie, leer je elke maand iets bij, kom je op plaatsen waar je anders nooit komt, en weet je je verbonden op en met alle niveaus in de samenleving. Je kent de vrijwilligers in de speeltuin en in het zorgtehuis, je begrijpt de arbeiders langs de snelweg, de zorgen van visser en de winkelier en overziet de druk op de president van de multinational. Iedereen in de samenleving zou moeten weten wat je mist wanneer je geen lid bent van de PvdA.

In mijn vorige brief vertelde ik dat ik in België volwassen werd. Ik werkte bij de Morgen in Brussel als rechtbank verslaggever, stadsverslaggever en manusje van alles. Sappie noemden mijn collega’s me, omdat ik niet van bier hield en van wijn dronken werd. Het was een hele spannende redactie, met in België, jawel, ook in Wallonië, bekende of beruchte mensen, waarvan ik oneindig veel heb mogen en kunnen leren. We waren een progressieve krant, dat wil zeggen dat de socialistische zuil ook openingen zocht naar en in de katholieke arbeidersbeweging. Paul Goossens, Leuvens studentenleider van mei ’68 en hoofdredacteur, was daarvan het boegbeeld en binnen de SP, onze zusterpartij was daar Karel Van Miert, die uit de Kempen kwam, uit een katholiek boerengezin. Beiden hebben me, met de vakbondsleider Georges Debunne, gevormd en opgevoed.

In de SP werden de deuren geopend en zo kon het gebeuren dat ik werd uitgenodigd voor een werkgroep binnen de SP over de plannen van wat later de Schengen akkoorden zouden heten. Ik was van de straat, had niet gestudeerd aan de universiteit, maar toch mee praten en mee denken, met Luc van den Bossche, de vader van Freya, en met de oude minister van Staat, Piet Vermeylen, die de zoon was van August Vermeylen. De openheid van die club, de hartelijkheid en de diepgravende discussies,… wat heb ik daarvan veel geleerd, als jong ventje, als Hollander. In Vlaanderen heb ik geleer de macht nooit te geloven, onafhankelijk te denken en te kijken en open te staan voor de ander.

Laatst, in Hengelo voor de ouderenwerkgroep van de PvdA, die elke eerste donderdagochtend van de maand bijeenkomen in de kantine van het zwembad in Tuindorp mocht ik een keer spreken over mijn droom, het Huis voor Europa en hoe je die Europese samenwerking met de gewone mensen verbindt en je, wanneer je dat doet, ook nieuwe politieke doelen kunt stellen, kunt aanpakken. Ik had een paar kernwoorden op een briefje en sprak met al wat ik had, gaf antwoorden op alle vragen voor zover ik kon en vond het zo mooi zo te kunnen spreken… zowel in Brussel als in Hengelo voelde ik dat ik lid was van een partij en bij beide gelegenheden ging het niet om een bestuur of om een baantje. We wisten ons verbonden, we leerden en zagen een perspectief en dat verbond Brussel met Hengelo.

Zo zou ik de partij veel meer willen zien. Laten we nu eens afspreken dat in elke afdeling in het land, de eerste woensdagavond van de maand we een bijeenkomst houden, of een excursie maken, of wat ook. Open voor een ieder,  maar, in het hele land en niet in een fractiekamer! Elke afdeling zou daarnaast werkgroepen moeten organiseren op thema’s, en dan niet alleen om een tafel met elkaar het verslag van de vorige vergadering doornemen… nee, probeer je eens te verdiepen in iets en niet eens noodzakelijk gericht op een kwestie in de gemeenteraad… nee, ook hier in Kats wordt gesproken over de effecten van het klimaat en de woestijnvorming in Afrika en Frankrijk en Spanje.

En laten we afspreken dat we iedereen die actief is in de partij, vijf tot tien mensen om zich heen heeft, van de tuindervereniging en de het schildersbedrijf, van de schoolmeester en de nieuwste dorps of stadsgenoot. In ieder geval heeft elk raadslid zo een jaarlijks wisselend gezelschap om zich heen. En maak van al die activiteiten verslag, in een krantje en via een website, maar zeker via een krantje wat een ieder bereikt.

Laten we er voor zorgen dat we in elke afdeling verbindingen leggen over de gemeentegrenzen, over provinciale en nationale grenzen. Kom op, het kan best. En vertel me niet dat er geen belangstelling voor is en dat de mensen zo druk zijn… dat is echt onzin. Natuurlijk is iedereen druk. Maar wanneer je oprecht belangstelling hebt voor de ander, wanneer je bereid bent je open te stellen, zal de ander je in negen van de tien gevallen met plezier tegemoet treden. De veelkleurigheid van en het individualisme in de moderne, diffuse samenleving is geen excuus… Het is maar hoe je het bekijkt, en hoe eenvoudig of ingewikkeld je het wilt maken.

Ik ben er van overtuigd dat we een nieuwe dynamiek kunnen ontwikkelen en de partij inhoudelijk en organisatorisch op orde te brengen… dat kan,en dat kan alleen maar samen. In de evaluaties van de verloren campagnes hoor je de roep om het inhoudelijk debat steeds sterker. Ik ben daar nu even niet op in gegaan, dat komt later nog aan de orde. Nu gaat het me er om dat we de club op orde krijgen, en niet alleen te organiseren in en door Amsterdam, maar alom. Misschien een inhoudelijk dingetje wat door mijn hoofd schoot de bijna voorbije dag. Vaak richt ik me in gedachten op de grote voorgangers in onze beweging en denk dan aan de moeilijkheden waarvoor zij stonden en met welke onmogelijkheden zij de strijd in gingen. Stel je voor wat het betekende, de achturen werkdag, dat alleen al hard op zeggen. Zo schoot me in mijn hoofd, werk voor iedereen, naar vermogen. Daarmee bedoel ik werkelijk iets anders als werk, werk, werk, wat je nu toch moeilijk anders kunt begrijpen dan winst, winst, winst. Nee, ik bedoel werk voor iedereen, naar vermogen. Denk daar maar eens over door en als dat dan gerealiseerd is, zal het ontslagrecht geen zorg hoeven zijn en is de partij vast op orde.

Welaan, een partij van en voor de mensen, niet alleen besturen, maar veel meer kwaliteiten aanbieden en aanboren, voor jong en oud. Doe een beroep op ieders kwaliteiten en laat zien dat we meer zijn dan een zetel in de raad. Mag ik je vragen zelf ook met een aantal plannen en ideeën  te komen voor een verbreding van de partij. Dat moet kunnen.

Heel hartelijke groeten

van

Jan