Kats, 8 augustus 2007.

Beste,

De slechtste zomer in 65 jaar wisten de Engelsen in Zuid Engeland. Delen van graafschappen in het zuid westen stonden onder water, rivieren traden buiten de oevers en het was kantje boord opdat een elektriciteitscentrale gesloten had moeten worden. De gevolgen in dat geval zouden niet te overzien zijn geweest: ontruiming van ziekenhuizen, bejaardenhuizen, gevangenissen, honderdduizenden mensen ontheemd. Zo ver kwam het niet, maar veel scheelde het die nacht niet. BBC verslaggevers met gele kaplaarzen in het water op locatie in breakfast news, ITV verslaggevers in een groene wax coat in het water op locatie…. Het was spannend, zeker, en voorwaar geen komkommertijd. Ik leerde mijn jongens, tijdens die dagen aldaar op vakantie, over de onverstoorbaarheid van de Engelsen… Wat er ook zou gebeuren, de Engelsen houden vast aan hun waarden en normen, aan de dagelijkse gang van zaken. Natuurlijk wordt er in breakfastnews en in de dagbladen gesproken en gediscussieerd over waterbeheer, over veiligheid en klimaatbeleid…. Maar tegelijk, alles gaat door zoals gisteren… a pint is a pint, the pound, a pound… aanslagen in Londen of Glasgow, MKS in Guildford Surrey… maatregelen worden genomen maar er is niet een Engelsman die zich hierdoor in de war laat brengen.

Wij verbleven tijdens die koude, natte periode gedurende enkele dagen op de Scilly-eilanden, 30 mijl ten zuidwesten van Land’s End. We werden uit ons tentje geblazen in een zware, heftige storm en de vooruitzichten voor de resterende periode waren zo beroerd dat we niet onverstoorbaar konden blijven en terug moesten keren. Toch was het heerlijk, vakantie… voor het eerst in twee jaar, en samen met mijn twee zonen. We zagen papegaaiduikers en zeehonden, vonden fossielen aan de kust bij Lyme Regis en Charmouth en overnachten in The Stanley in Penzance, een goedkoop hotel met een luidruchtige papagaai in een kooi naast de ingang… vanuit de eetkamer keken we uit over zee… De zeerovers waren niet veraf….

Ik hoop dat een ieder fijne weken achter de rug heeft. We gaan nu weer met goede moed en vernieuwde energie aan de slag. Ik hoop van harte dat het lukt om onze partij inhoudelijk en organisatorisch te verbreden. De bewegingen in de tijd en de ontwikkeling van de samenleving en sociaal democratie zullen altijd een enorme druk uitoefenen, maar, net als bij de Engelsen, moeten wij ook een balans vinden tussen handelen in de tijdsgeest, en noodzakelijke onverstoorbaarheid.  Onverstoorbaarheid heeft zowel iets positiefs, als bedreigends. Bedreigend omdat het zou kunnen leiden tot gemakzucht en zelfgenoegzaamheid; dat kan de partij zich volgens mij en volgens velen niet veroorloven. Waarom onverstoorbaarheid wel een groot goed is, is dat we ons nooit mogen laten gek maken door een toevallige storm, door een harde tegenwind, of, anders gezegd, door het een of ander mediacircus. Dit geldt overigens voor alle democratische partijen… de democratie vraagt ons om zorgvuldigheid, en vertrouwen in de democratische instellingen. Dat staat voorop; democratie, gefundeerd in de rechtsstaat, is ons eerste en grootste politieke goed.

De Partij van de Arbeid heeft de voorbije jaren intens geprobeerd om zich inhoudelijk en organisatorisch te vernieuwen en te verdiepen. Er zijn rapporten geschreven, een beginselprogramma opgesteld en aanvaard… de uitslag van het Europees referendum was nog niet goed en wel vastgesteld of er was al een werkgroep samengesteld en voor je het wist lag er weer een rapport. Zo ging het en zo gaat… Gaat het zo goed? Is er werkelijk sprake van maatschappelijk en inhoudelijk debat binnen de partij? In hoeveel afdelingen worden in brede zin de rapporten werkelijk besproken? Hoe stevig is de band tussen de intellectuele top en de afdeling hier, om de hoek?

Het is, vind ik, van het grootste belang dat in een levende politieke partij als die van ons wordt nagedacht en gesproken over de belangrijke thema’s, de wezenlijke onderwerpen van nu, van morgen. Welnu, er is erg veel wat me tegenstaat in het gedoe over ons jonge raadslid Jami uit Leidschendam. Wellicht het meest, dat het zo zeer afleidt van de kern van de maatschappelijke kwesties waarvoor de sociaal democratie zich geplaatst ziet. Integratie is een belangrijke kwestie, vooral in de randstad en andere “grote”steden in ons land, maar deze kwestie gaat naar mijn beleving helemaal niet over de kwestie van integratie.

Ieder heeft een eigen levensovertuiging en de Nederlandse samenleving is zo georganiseerd dat de overheid een ieder vrij laat om die overtuiging te ontwikkelen. Wie een ander een pak voor de broek geeft, wordt daarvoor gestraft. Daarom is het zo verwonderlijk dat iedereen zoveel energie steekt in de beveiliging van de jonge Jami (wellicht noodzakelijk en terecht, hoor, dat kan ik niet beoordelen) maar er niemand denkt achter de raddraaiers te gaan die dat pak slaag uitdeelden. Misschien ben ik te nuchter, hoor, maar het rumoer over het nog niet eens opgerichte comite van ex-moslims en het politieke misbruik wat daarvan gemaakt wordt door mensen, bijna even radicaal als de radicaalste fundamentalisten, doet de samenleving geen goed.

Integratie en maatschappelijke samenhang … iedereen begrijpt dat goede wil, nuance en respect hier basisvoorwaarden zijn om daar als politieke partij mee om te kunnen gaan. Niets is zo eenvoudig als de confrontatie zoeken, demagogisch en opportunistisch aandacht trekken op dit punt, en al zo de aandacht ontrekken aan al die andere kwesties die evenzeer aandacht behoeven. Ondanks dat is het natuurlijk zaak, wanneer maatschappelijke opwinding ontstaat, hier op elk niveau in de partij met elkaar over te praten. Ik vermijd hier bewust het woord debat. Gewoon praten, elkaars zorgen aanhoren, elkaar proberen te begrijpen en wie weet gezamenlijk antwoorden vinden. Debat is langzamerhand een modieus woord voor een dovemans gesprek. Iedereen roept maar wat, idiote confronterende stellingen, en werkelijk gebeurt er niets. Iedereen bewaakt het grote eigen gelijk en verkettert de ander. De partij heeft een evenwichtige positie in deze kwestie en de partijleiding, inclusief Wouter Bos, heeft daar voor mijn gevoel, passend op gereageerd

Maar wat is een opiniërende partij, want daarover gaat deze brief? Hoe organiseer je meningsvorming, binnen en buiten de partij, en hoe kun je welk debat leiden, ontwikkelen? Hoe organiseer je de balans van tussen politieke vergezichten, en de keuzes van elke dag? Hoe organiseer je de verantwoording in de partij, lokaal, provinciaal, nationaal en Europees?

Om antwoord op die vragen te geven, keer ik terug naar Kats, ons dorp op Noord Beveland. Dat is voorwaar een grote gemeente, maar er wonen verduveld weinig mensen buiten de zomermaanden. Door het lot krijg ik maandelijks de stukken van de gemeenteraad toegezonden. Dat is steeds een pakket van ongeveer een centimeter dik, dus velen van jullie zullen dat nauwelijks serieus vinden. Het gaat niet om de dikte van de stapel papier, maar om de inhoud en van karakter zal die niet verschillen van andere “stukken”. Uit de verslagen van de raadsvergaderingen blijkt dat er intensief en serieus wordt gesproken maar altijd over zaken die geen mens kan begrijpen, of over jaarrekeningen, regels en voorschriften, over verantwoording van notities en ambities. Maar gaat het nu werkelijk over iets?

Neem de kinderopvang en de buitenschoolse opvang. Dat heeft den Haag verplicht gesteld en ook in Kats doen we mee… meer nog, het dorpshuis is op korte termijn aanzienlijk uitgebreid en aangepast aan de nieuwste voorschriften. Hulde. (Immers zonder aantrekkelijke school, dus met kinder en buitenschoolse opvang, gaan de ouders met de kinderen naar andere dorpen en zou het voortbestaan van ons schooltje en daarmee elk leven uit ons dorp verdwijnen.) Maar nu, voor het dorpshuis lag tot voor kort een aardig pleintje, met een plantsoen met twee prachtige oude Japanse kersen. Direct voor het dorpshuis, voor de peuterspeelzaal was een zandbak, met een klein speelterreintje, waarin een heuveltje lag waarop de peuters met hun loopfietsjes een Grote Berg konden berijden.

Tijdens een van onze bescheiden culturele weekeinden had Kees van Gilst, een kunstenaar uit Colijnsplaat, een wandschildering gemaakt van die bomen in het voorjaar… elk seizoen veranderden de bomen van kleur, maar bleef, door het schilderij bleef de herinnering aan het voorjaar en een mooi weekeinde bestaan.

Een ambtenaar besloot dat het pleintje aan onderhoud toe was. De gemeenteraad knikte instemmend naar de wethouder. De gemeente heeft de  bomen gekapt, het plantsoentje verwijderd en er een parkeerplaats van gemaakt, ook al was de meerderheid van het dorp tegen die plannen. Het kleine speelplaatsje met zandbak voor de kleuters voor het dorpshuis is nu met de uitbreiding voor de kinderopvang deze zomer verwijderd. Er voor in de plaats is gekomen een groen dubbel traliehekwerk, met in het midden, tussen vier hoge palen opgehangen, een soort grote theedoek. Kortom, het is nu gewoon een binnenplaats van een gevangenis. Dit alles volgens de voorschriften van de Arbo- dienst. (Overigens heeft diezelfde dienst het dure traliewerk afgekeurd omdat de onderkant vijf centimeter boven de tegels op houdt, en dus de kinderen wanneer ze met hun handje een balletje willen pakken onder het hek, een verwonding zouden kunnen oplopen. Het dure hekwerk (wat denken we, 10.000 euro?) moet daarom worden afgebroken en vervangen, van de Arbo.

Dacht U dat er in de gemeenteraad ooit een debat is geweest over de vraag hoe van het pleintje van Kats, van een levendig en creatief hoekje, een dodelijk, angstig en platvloers centrumpje gemaakt kon worden? Nooit.

“D’r bin regels en regels dea kunne me niks an doe…”

Ik word erg boos daarvan. Opstandig en woedend. Kan dat anders? Natuurlijk. Dat heeft te maken met het thema van deze brief, de opiniërende partij. Ik wil dat in mijn partij wordt nagedacht op elk niveau, niet vanuit de regels, maar vanuit de mensen, vanuit de omgeving. Volksvertegenwoordigers moeten worden begeleid door ons, leden, en betrokken burgers, dat spreekt vanzelf, als tegenwicht tegen de Anonieme Regel Geest. Kinderopvang is een groot goed en noodzakelijk… dat kun je zien in de maatschappelijke ontwikkelingen, landelijk. De vertaling daarvan in de dorpen, wijken en steden, is van belang en een goed onderwerp voor een partijavond.

Waarom kunnen we niet elke maand, net als in de lerende partij, een thema agenderen en bespreken, met de leden, met de mensen. Laat de Partij van de Arbeid in heel Nederland toch op de eerste woensdag van de maand, bijvoorbeeld bijeenkomen. Die bijeenkomsten kun je eenvoudig onder de aandacht brengen, landelijk, lokaal. Laat dan boven tafel komen wat de maatschappelijke ontwikkelingen zijn, en vertaal die naar mensenmaat. Laat de gemeenteraad zo praten en zich uitspreken, en als die landelijke regels hier niet passen, dan moeten we ons daar maar eens niets van aan trekken. Hier gaat het om vier, vijf kindjes, begeleid door een juf en een vrijwilliger die op die kindjes letten.. Die kunnen echt wel tegen de een of ander zeggen: oppassen, kijk uit. Nu is een traliewerk en dat zegt: breek hier uit, vernietig dit hek, maak het kapot en hol weg.

Over zulke eenvoudige zaken, dicht bij de mensen, kun je lokaal aan meningsvorming doen en die gesprekken, zo eenvoudig, dienen als leidraad te gelden voor de fractie in de gemeenteraad. Provinciaal en landelijk hoef je het in essentie niet anders te organiseren. (Ik ben zo verschrikkelijk dankbaar dat mijn kinderen net wat ouder zijn en zij niet naar die gevangenis in het dorpshuis hoeven… nooit zou ik ze in angst (“voor de claim cultuur”) achter het tralies van Kats stoppen. Overigens, dit betreft nu een voorbeeld voor de allerkleinsten en de regels, met nog veel meer woede zou ik kunnen schrijven over de oudsten onder ons, in tehuizen.)

Nu, er is nog een ander facet, de organisatie van de meningsvorming in de partij. Hoe organiseer je dat de fracties op elk niveau verantwoording af leggen aan de leden, aan de kiezers? Hoe ontwikkel je de debatten? In mijn eerdere brieven heb ik al geschreven dat het een noodzaak is de kennis en ervaring van onze leden, van de mensen om ons heen te benutten. Een levende partij vindt haar agenda als vanzelfsprekend. Dat vraagt natuurlijk inspanning, maar je zult zien dat het onvermijdelijk wordt om burgers blijvend te organiseren en een stem te geven tegen de machten in de samenleving. Doe dat maar, die eerste woensdag van de maand, in het hele land, in elke afdeling, vaste prik. Moet je eens zien wat daar uit voort kan komen.

Laat elke drie maanden een fractie verantwoording afleggen, aan een forum in de partij, zodanig dat ieder fractielid ten minste een maal per jaar aan bod komt. Dat lijkt me het minste wat je als volksvertegenwoordiger namens de PvdA zou moeten doen en willen. Bovendien zou zo’n forum zich ook moeten kunnen inlaten met de actualiteit. Ongetwijfeld zal politiek gevoel opnieuw ontwikkeld moeten worden. Wie het laatste politieke forum heeft bijgewoond, zal geschrokken zijn van het kakelend kippenhok gehalte…. Terwijl het dossier over het ontslagrecht voor het oprapen en inschieten lag, om maar iets te zeggen.

Hebben de burgers en onze leden wel zin om aan dit soort debatten mee te doen? Niet als het gaat over stukken, zoals door de gemeente worden geschreven en voorgelegd n een raadsfractie niet luistert. Wel wanneer thema’s vertaald worden naar eenvoudige en begrijpelijke kwesties. In toenemende mate zullen de burgers, de overheid en het bedrijfsleven gaan kraken onder de regeldruk, door de macht van de economie van het geld, door de grenzen van natuur en milieu, en door het gebrek aan publieke zorg. Daar moeten wij, met de vakbonden, antwoorden op organiseren… niet alleen door het zenden van een rapport, maar door het organiseren van gesprekken en debatten van onder op. Minder regels, maar een overheid die meer doet, gezag ontwikkeld en burgers vertrouwen verantwoordelijkheid en vrijheid biedt. (In de vakantie las ik de essays van Frits Bolkestein; die pleit precies voor tegenovergestelde:een kleine en controlerende overheid, met meer regels en voorwaarden).

Nog even terug naar het begin van de brief, de onverstoorbaarheid van de Engelsen en de vakantie. Ik hecht zeer aan het vertrouwen en de hoop, en dat je je, zoals de Engelsen niet gek moet laten maken door een toevallige wind, door regen of tegenslag. Wij kwamen dus eerder thuis en moesten alles drogen, maar omdat we eerder thuis kwamen, zag ik dat vorige week maandag dat een droomhuis hier op het dorp door Dick en Janetta te koop werd gezet. Ik ben er gelijk op af gestapt; en nog voor een ander een bod kon doen, waren we aan het onderhandelen. Nu, die gesprekken zijn goed afgerond en nu wacht ik nog op groen licht van de Rabobank. Dan, als dat lukt, kunnen we volgend jaar naar de rand van het dorp en uitkijken over het eiland, over de dijken met de schapen van Guus, met in de verte de Zeelandbrug, de windmolens van Rinus en Marco en de lucht, de Zeeuwse lucht in het westen.

Tot hier, we gaan de slag, een nieuw schooljaar is begonnen. Ik wens jullie alle goeds toe,

Hartelijke groeten van

Jan Schuurman Hess,

Dorpsstraat 8,

4485 AH Kats/ 0113-600400