Beste Vrienden,

Eigenlijk moet ik nu ernstig aan het werk, een stuk schrijven voor Rood. Maar ik kan het niet laten eerst even aan een nieuwe brief te beginnen over de Luisterende Partij. Want ook dat is een kant van een politieke partij die moet worden belicht, juist nu. Als er iets mis gaat in deze tijd van maximale communicatie, is het wel de afstand tussen wie gehoord wordt, en wie niet gehoord wordt.

Afgelopen maandag troffen Paul Kalma, Frans Beckers en ik elkaar in het kantoor van Frans bij de Wiardi Beckman Stichting, aan de Herengracht in Amsterdam. Aanleiding voor die ontmoeting was het nog te schrijven stuk voor Rood over de verschillende bewegingen binnen de sociaal democratie. We spraken in de marge over veel zaken, over de teloorgang van ABN Amro, de grote bank, en dat Wouter Bos daaraan niets wezenlijks heeft willen doen. We spraken over de houding van vooraanstaande sociaal democraten die zeggen dat je aan dat spel van de vrije markt ook niets meer kunt doen, of hoeft te doen en dat het gaat zoals het gaat. We spraken over de verheerlijking van de marktwerking binnen de overheid, ook door sociaal democraten, en het uitgangspunt van onze politiek leider dat de gelijkheid in Nederland bereikt is en dat het nu aan komt op het bieden van gelijke kansen. We merkten op dat het fundamentele debat over deze notie, ongetwijfeld ook tot teleurstelling van Wouter, in de PvdA niet of nauwelijks is gevoerd.

Ik geloof niet dat de gelijkheid tussen mensen min of meer is bereikt en dat er gelijke kansen zijn, al helemaal niet. Integendeel, de ongelijkheid neemt zowel in materiele als immateriële zin snel toe. Gelijkheid betreft immers meer dan inkomen; het gaat ook om kansen, om informatie, om gehoord worden en ongetwijfeld, geluk. Het geluk van de gezondheid, van het vermogen tot weerbaarheid, het geluk van een zekere intelligentie en creativiteit. In de samenleving zijn er mensen werkelijk onaantastbaar, onbereikbaar, onaanspreekbaar, en daarmee bedoel ik niet de Koningin. Je ziet die mensen om je heen, in de kranten, op de radio en vooral op televisie. Voor de meeste mensen ziet de wereld er anders uit. De ongelijkheid groeit snel, is schrijnend en ondermijnt, in mijn beleving, de democratie, de overheid, het klimaat en de natuurlijke omgeving, en de belangen van werkende mensen.

Ik kan me niet voorstellen dat Wouter Bos dat niet ziet, en ongelijkheid niet tot de essentie van zijn politiek handelen maakt.

Ik zal me verduidelijken. De overheid, de technologie en het bedrijfsleven maken een ieder, elke dag, tot een klant, tot een digitaal pasje, tot een instrument van marketingstrategie. De samenleving is zo georganiseerd dat de mens, de ander, in de ogen van overheid of bedrijfsleven niet meer bestaat, zelfs niet meer kan bestaan, zelfs wie opmerkzaam is, stelt vast dat vele individuen de ander afwijzen en kiezen voor het grote ik, het doorgeslagen individualisme. Het algemeen belang is de rechtvaardiging voor bureaucratie geworden. (Ik zet het hier heel bewust scherp aan, maar ben me goed bewust van de goede krachten, overal, die ook hier tegen vechten. Ik weet zeker dat onze vrienden in Friesland juist daarom succesvol zijn: zij herkennen de ander juist wel, en zijn zich bewust van de (Friese) gemeenschap). Maar goed wie op zaterdag de moed heeft de advertenties te lezen in de Volkskrant slaat de schrik om het hart. In Bergen op Zoom gezocht een marketing specialist voor een middelbare school “om het product  van het  XX ..College in de markt te zetten”, of, in de provincie Drenthe, “gezocht een thema-trekker”.

Joop den Uyl zette in zijn tijd heel terecht op een sterke overheid, juist om de gemeenschap te kunnen  dienen, en het publieke belang te waarborgen. Over die overheid is in de loop van de decennia de marktwerking en verzelfstandiging gekomen. Gewone ambtenaren moesten plots worden afgerekend, prestaties neer zetten en X of Y op de kaart zetten. Mijn hemel, hoezeer is de ambtenarij in de knoop geraakt, het publieke belang uit het zicht verdwenen en het algemeen belang verdampt in de mist van de tijd. (Semi) Overheidsdiensten zijn gericht op het eigen belang en de eigen prestaties, maar niet, of zelden gericht op het algemeen belang. Je ziet het nu aan de woningbouwverenigingen. Ik kreeg nog niet zo heel lang geleden een verwijtende brief van de directeur van de woningbouwvereniging hier, omdat ik in het openbaar had durven zeggen dat ze geen flikker uitvoeren, dat er hier op ons eiland in de vijftien jaar dat ik hier woon nooit een huis gebouwd werd, alleen maar verkocht. Nu,

Natuurlijk, je kunt “geluk” hebben en behoren tot de bovenlaag van strategen, marketeers, of de zittende (semi) ambtenaren. Dan heb je acht tot tien weken vakantie per jaar, een verzekerd inkomen, de mogelijkheden om je te wentelen in een sociale omgeving waarvoor de wereld klein is, maar onbegrensd: “He, lekker even weg; we gaan lekker even een weekeindje naar Barcelona, of shoppen in New York.” Maar meer nog, voor deze groepen is de democratie niet eens relevant. In de wereld van globaliserende machten wordt het vermogen gekoesterd om mee te bewegen in de stroom. Hoe beter geïnformeerd, hoe gemakkelijker bewegend, hoe eenvoudiger besluitend.

Het spreekt vanzelf dat deze situatie voor de meeste mensen niet geldt, ook al wordt zij ons via reclame, media en informatie dagelijks als direct bereikbaar aangeboden. Meer nog, wie die “gelukkige” bovenlaag niet bereikt wordt als een mislukkeling beschouwd. Ik las dat juist nog met zoveel woorden in een interview met Bas Haring, in een oude Haagse Post die ik om de zoveel tijd van mijn moeder krijg.  Voor mislukkelingen is er de politieke partij, symbool van een voorbije tijd; voor de gelukkigen de beweging zoals die van Geert Wilders, of van Rita  “Ik beslis” Verdonk.

Ik weiger me bij deze ontwikkelingen neer te leggen, en ik hoop van harte dat jullie die opvatting met me delen. Met deze brieven hoop ik aan te tonen dat er wel degelijk kansen en mogelijkheden zijn voor de politieke partijen. Daarmee zeg ik ook dat politieke partijen, ook de onze, zich in de voorbije jaren droevig hebben ontwikkeld. Niet allen binnen de PvdA, maar ook binnen de andere traditionele, democratische partijen is men voornamelijk gericht op het verdelen van bestuurs- en beleidsfuncties en het lijkt wel alsof dat zo vanzelfsprekend, zo gemakkelijk was, dat een de ziel van de partij uit het oog verloren werd.

De politieke meningsvorming is zelfs voor een deel door de ministeries, en gemeenten overgenomen. Immers, de ministeries organiseren zogenaamde focusgroepen en vragen burgers in panels of via het internet mee te denken; bij vele gemeenten kunnen bewoners voorafgaand aan de gemeenteraadsvergadering naar believen inspreken. Beleid wordt met die gegevens geschraagd. Maar is het niet zo dat er ingesproken kan worden tot je een ons weegt, maar dat alleen naar de gelukkigen wordt geluisterd?

Ik denk dat politieke partijen, en zeker de onze wel probeert om naar de burgers te luisteren. Wouter Bos heeft die beweging zeker in gezet met zijn Rood op Straat, maar daarmee lijkt het probleem niet opgelost. Nog steeds is er een wereld van verschil tussen de wereld van het openbaar bestuur en het leven van de mensen om ons heen.

Afgelopen woensdag was er in onze lagere school een ouderavond; nieuwe leden voor de oudercommissie moesten worden verkozen en het schoolteam presenteerde een overzicht van alle activiteiten. Na de pauze werd een korte documentaire getoond over onze lagere school, zoals die gepresenteerd werd op een congres over de betekenis van de school in wijken en dorpen. Bij dat congres waren vertegenwoordigers van alle gemeente en schoolbesturen uit het hele land aanwezig, en zelfs staatssecretaris Sharon Dijksma. Kortom, Kats gold en geldt als voorbeeld voor hoe het moet en kan, in het hele land. Terecht, want het schoolteam, onder leiding van Leen van Loon, een van onze mensen in dit Kats Beraad-verband,  draagt mede de leefbaarheid en ontwikkeling van dit dorp.

Dat wordt evenwel elk jaar moeilijker. De immer groeiende bureaucratie vreet tijd, energie en draagt niets bij, wel integendeel. Wat in het dorp vanzelfsprekend was, goed ging en verband bracht, wordt door de overheid weg gesneden. Tussen de middag aten de kinderen hun boterhammen op in het bijzijn van een van de moeders of vaders, op school, voor wie niet thuis of bij vriendjes kon eten. Nu komt er ergens een betaalde kracht vandaan, met een stapel formulieren. De betaalde kracht, dat klinkt mooi, maar is het niet. Het overblijven levert een paar schamele euro’s op; daar voor komt natuurlijk niemand uit Goes of Kortgene naar Kats gereden. En de moeders zitten thuis te koekeloeren en zien elkaar weer een beetje minder.

In het dorpshuis is er twee keer in de week een peuteropvang; dat werd gedaan door een paar vrouwen hier uit het dorp, onder wie een oud-kleuterjuf, vanzelfsprekend op vrijwillige basis. Nu wordt die peuteropvang geformaliseerd, met formatie gesprekken, met competenties, met tien minutengesprekken, huisbezoeken, verslagen, rapportages en het gevolg er van is, is dat de vrijwilligers afhaken. Ook die blijven thuis. De buitenschoolse opvang in het dorpshuis, aangrenzend aan het schoolplein, heeft bepaald dat de kinderen niet in de aangrenzende speeltuin mogen spelen….

De bedoelingen van de overheid zijn goed, namelijk de zorg dat kinderen kunnen worden opgevangen waar nodig, maar de uitwerking slaat de plank mis. Natuurlijk is er niet naar de moeders geluisterd, of naar de vrijwilligers. En het zou allemaal niet zo erg zijn, wanneer het systeem de Katse – organisatie, die goed liep, en waar nooit iets mis ging, had gehandhaafd. Maar dan had men moeten luisteren.

Ik kom hier op terug in mijn volgende brief die over de Leidende partij gaat.

Dinsdag 20 nov. 07

Ik had hier een heel stuk geschreven over het ontpolderen en hoe een ambtelijke, grensoverschrijdende organisatie Proses, de Zeeuwen de ontpoldering heeft opgedrongen,  heeft geweigerd om te luisteren naar de bezwaren en bekommernissen van de burgers en maatschappelijke organisaties. Ook de Partij van de Arbeid heeft de afgelopen tien jaar geen enkel initiatief genomen om het thema bespreekbaar te maken, niet in de partij, niet met de samenleving. Maar ik moest eerst mijn stuk voor Rood voltooien en realiseerde me dat ik al zoveel over dit onderwerp geschreven heb. Daarom, geschrapt.

We moeten onze rol als politieke partij hervinden, opnieuw inhoud en richting geven en zorgen dat de verbinding gelegd wordt tussen de ervaringen van de mensen en het openbaar bestuur. Dat betekent ook dat we helder moeten zijn over ontwikkelingen zoals om ons schooltje, om ons dorpshuis en ProSes en dat we daar grip op kunnen krijgen, wanneer we dat met elkaar willen. Want dat kan echt.

Bovendien moeten we ons ontworstelen aan de wurggreep van de media, in die zin dat we de rol van de politieke partij centraal moeten stellen in de democratische organisatie van ons land. Dat betekent dus dat we dat helder en eenvoudig vertellen hoe de samenleving in elkaar zit en dat je als lid van politieke partij verantwoordelijk kunt zijn voor wat er om je heen gebeurt. Je hoeft daar geen functie voor te bekleden; iedereen kan een rol spelen in de lerende partij, in de luisterende partij, in de informerende partij, in de internationale partij, in de volkse partij, noem maar op.

Bertus Mulder gaf me onlangs bij zijn bezoek aan Zeeland een brochure over Pieter Jelles Troelstra. Daarin las ik dat Troelstra te voet door zijn kiesdistricten wandelde. Ik realiseerde me op eens dat dit precies is wat ons op weg zou kunnen helpen: wandelen. Je bereikt de mensen persoonlijk;  Ferry Mingelen en Frits Wester zouden verdwalen. Ja, moet het worden, wandelen, in beweging: de Voettocht. Het maakt de wandelaar tot verbindingsofficier tussen de bevolking en politici; we worden herkenbaar en aanspreekbaar. En zo moeten we vat krijgen op de beleidsambtenaren, op de strategen en de marketeers.

Vanaf de 23 ste november ga ik wandelen door Zeeland, langs de deuren, langs de werkmensen, bedrijven en instellingen en de zorgen, de vragen en plannen zal ik overbrengen naar de plaats waar ze terecht horen. Natuurlijk begin ik in de Hedwigepolder, en eindig ik in Kats, wanneer, ik weet het niet. Velen hebben toegezegd mee te lopen en ik verheug me daar op.

Nu sluit ik af en moet Ria en Pietje even helpen met het naar beneden sjouwen van een bed. Want Pietje, na zijn bezoek aan de hartspecialist is verlamd geraakt tijdens het onderzoek en nu weer thuis in afwachting van het moment dat hij in een verpleeghuis kan worden opgenomen. Maar thuis kan hij de trap niet op en de thuiszorg heeft geen tijd gehad een bed te brengen of een rollatortje, en nu zitten ze daar in dat huisje. “Ik kan ’t nie begriepe,” verzucht Ria, ze belt nu elke vijf minuten. Dus tot hier.

Hartelijke groeten van

Jan Schuurman Hess.