Kats, 29 mei/ 6 juni 2007.

Beste,

Elf dagen geleden kwamen we voor het eerst in dit verband bijeen in Utrecht; dat was, vond ik, spannend en bijzonder omdat voelbaar werd dat van noord tot zuid, en van oost tot west gevoeld en begrepen wordt dat we de sociaal democratie op koers moeten brengen, inhoudelijk en organisatorisch. Hoe het niet moet was snel geformuleerd en begrepen. Hoe dan wel, vraagt meer tijd, maar van belang in Utrecht waren twee elementen: we moeten ons nadrukkelijker profileren als sociaal democratische (beginsel) partij en we zullen de verscheidenheid/ regionalisering in de samenleving en partij moeten erkennen, ook in organisatorisch opzicht.

Aan de vooravond van het gesprek van 18 mei had ik al een halve brief geschreven over “de internationale partij”. Enkele dagen daarvoor had Tony Blair, eerste minister van Engeland en aanvoerder van de Labour Party, zijn terugtreden aangekondigd. Ik herinnerde in die eerdere, onvoltooide brief, aan het gevoel van optimisme en hoop toen Tony Blair en, in Frankrijk Lionel Jospin, vrijwel gelijktijdig de verkiezingen wonnen. Wim Kok was onze eerste man; in de Verenigde Staten kwam Bill Clinton aan het bewind… in de meeste Europese landen waren in de tweede helft van de jaren negentig sociaal democratische leiders aan het bewind, of namen deel aan de regering. Maar de sociaal democratie werd daarmee in Europa niet herkenbaar, wel integendeel. Een gemeenschappelijke oriëntatie op de mondialisering van de economie, op de teloorgang van natuur en milieu, en op de internationale verhoudingen, werd niet gevonden, anders dan in een nationaal georganiseerd, neoliberaal antwoord. Daarmee werd de bevolking impliciet duidelijk gemaakt dat niemand controle kan krijgen over en op bewegingen van de internationale bedrijvigheid.

De internationale partij vindt je om de hoek. Daarom vertel ik nu weer een verhaal uit Kats, omdat ook in deze uithoek van Noord Beveland de wereld begint en ze alles vertelt wat ze te vertellen heeft. We zijn hier gezegend, als je dat zo in dit verband kunt zeggen, met zeer goede grond, heel goede zeeklei, de beste kwaliteit van het land, zeggen ze hier. Om er gelijk aan toe te voegen dat Nederland natuurlijk de beste kwaliteit grond van de wereld heeft. Dit stukje land werd in 1598 (voor de tweede maal, want ten onder gegaan in de St. Felixvloed en de St. Elisabeth’s vloed) bedijkt volgens de principes van Simon Stevin: rechte lijnen, evenwichtige verhoudingen en zo mooi. Maar mooi was niet het oogmerk, economisch was het om het land te verdelen in rechte, gelijkmatige percelen. De zeeklei werd bewerkt voor de akkerbouw. Meekrap werd er verbouwd, en tarwe, maar gemakkelijk ging het niet. In de eerste decennia volgden er vele misoogsten, kwam de pest, de honger… Nu wordt dit eiland Peeland genoemd, naar de suikerbieten, aardappels, uien en tarwe.

In de akkerbouw is geen droog brood meer te verdienen, al jaren lang niet meer. (Over de enorme innovatie hier in de landbouw vertel ik een andere keer; dat is een pracht verhaal). In weerwil tot de verhalen in de stad is het niet zo dat wij de landbouwsubsidies uit Brussel zien binnen stromen, integendeel. Het platteland verarmt in Europa, ook hier. Guus de Regt woont op de oudste hoeve van Kats, Oosterstein. Tien jaar geleden was hij een redelijk grote akkerbouwer, met 40-45 hectare grond. Hij teelde in de traditionele cyclus van Peeland, werkte samen met zijn buurman Rinus Breure, en Cees Schippers. Gezamenlijk investeerden ze in grote, kapitaal intensieve machines. Maar de prijzen van de tarwe, van aardappels en uien zijn al jarenlang laag, te laag. In de winkel betaal je € 2,50 euro voor een zakje aardappelen; de boer krijgt in een goed jaar een paar cent voor een kilo. Meestal ligt de opbrengst onder de kostprijs.

Een paar jaar geleden gooide Guus, aan de voet van de Zeelandbrug een berg aardappels neer, 3500 kilo. Boven op de berg zette hij een onhandig geschilderd bordje neer: “wie wil, neem ze mee.” Tot uit Vlaanderen kwamen de mensen, voor deze aardappels, waarvan je uitmuntende friet kunt bakken. Wat school hier achter? Waarom gooit een boer zijn aardappelen langs de kant van de weg? Guus had een contract gesloten met de coöperatieve om aardappels te leveren…. Wat was er mis? De coöperatieve beweerde dat de aardappels niet goed waren, wat onzin was. De aardappels wilden ze wel ophalen, maar er voor betalen, nee, dat kon niet. En dat verdomde Guus.

Op dat moment was ik afdelingsvoorzitter en nodigde Harm Evert Waalkens uit, Dorette Corbey en Jan Marinus Wiersma, leden van de PvdA fractie op Noord Beveland, Cor Quinten en Jan de Looff, alsmede afdelingsbestuurders. We gingen op onderzoek. We bezochten Guus, de coöperatieve, de frietfabriek en de supermarkt, anders gezegd de hele keten van de aardappel industrie en dit alles hier in de onmiddellijke omtrek.

Wat blijkt? De aardappelhandel in de wereld wordt beheerst door vier grote multinationals, frietfabrikanten, die 80 procent van de wereldhandel kopen en verwerken. Vanzelfsprekend bepalen deze bedrijven, met hun gigantische koelhuizen, de markt, de prijzen en zelfs het areaal voor aardappels op de wereld. Natuurlijk, ze zijn met vier…. Wat nu vrije markt? Het bezoek aan de frietfabriek in Kruiningen (ze leveren producten in heel Europa, in het Midden Oosten, maar ook Zuid Amerika) was ontluisterend. Vetzucht? Een zaak van de consumenten, vertelde de manager. De frietfabriek houdt zich toch aan de minimumeisen? Nou dan. Volksgezondheid? Een kwestie voor de staat, daar heeft de fabriek niks mee te maken.

Kennen jullie Pringels? Die werden hier, in Kruiningen, ontwikkeld, worden hier gemaakt, van aardappelpulp, van het afval van het productieproces. De gekookte pulp wordt met kleur en smaakstoffen in een mal gegoten en zo worden chipjes geproduceerd, in de duurste verpakking gestopt en verkocht als het beste, mooiste en lekkerste chipje. Het is een wereldwijd succes… gemaakt van wat tot voor kort afval was… varkensvoer als goudmijn.

We zagen die middag de wereldeconomie in een vogelvlucht: de boer, de coöperatieve, die mee moet in het dictaat van de vier grote multinationals, die lak hebben aan wat en hoe de mensen eten, zo lang ze maar hun vettigheid eten, en de supermarkt, die steeds minder aardappelen verkoopt, omdat de mensen thuis steeds minder koken. Maar ze verkopen wel steeds meer producten van de fabriek, voorgebakken frieten, chips in honderden soorten, kant-en-klaar maaltijden.

Wat leren we hier van? Wat doen we hier mee? Macht en tegenmacht; hoe informeer en organiseer je dat in dit verband? Je afkeren van Europa? Is dat ons antwoord? Het lijkt me niet, maar over Europa in de volgende brief meer. Zeggen we dat de aardappel iets bijzonders is, en niet kan gelden als voorbeeld voor de wereldeconomie? Maar de suiker dan? Weet je hoe groot de macht is van Coca Cola?

Wat doen we aan deze situatie? Een van mijn leermeesters, Karel Van Miert, legde uit dat het de sociaal democraten zullen zijn die de vrije markt moeten beschermen en bewaken. Tja, Pascal Lamy, Frans sociaal democraat, is president van Wereld Handels Organisatie, die de vrije wereldhandel bevordert. Hij is een van de beste mensen die je op dit terrein kunt vinden. Pascal Lamy twijfelt geen moment aan nut en noodzaak van de vrije wereldhandel. Groei en welvaart….  Maar wat dan met de nadelen, en wie krijgen die dan op de kop?

Waar staan we als sociaal democraten; hoe richten wij onze wereld, voor zover we kunnen, in? Is de wereldeconomie iets waaraan we niets kunnen doen? Is de vrije wereldhandel echt een even ongrijpbaar als onzichtbaar fenomeen? Verstand van zaken heb ik niet, maar gevoel voor verhoudingen wel.

Een ander aspect voor de internationale partij zijn de gevolgen van de bevolkingsgroei op de wereld. Aan het begin van de 2o ste eeuw anderhalf miljard; nu zijn we met 6,5 miljard mensen en straks met negen miljard mensen, die allemaal moeten eten en drinken, internet hebben of willen hebben, willen reizen, autorijden enzovoort. Voeg daarbij de sociale en religieuze tegenstellingen tussen de mensen en volken en een ieder begrijpt dat de gevolgen van deze optelsom dwingen tot globaal denken en handelen.

De nationale reflex, ook in onze partij, kan wel een gevolg zijn van de druk van de media en volkswil, maar is daarom nog niet verstandig, of zuiver. Het internationaal bestuur in deze wereld is nu onzichtbaar, onhelder en wordt alleen gedragen door diplomaten, zakenmensen, en beroepspolitici. Dat moet veranderen, zo eenvoudig is het. De mensen in de wereld moeten het gevoel hebben dat hun waardigheid verstaan wordt, begrepen wordt en uitgedragen. Om die reden moeten we die gesloten machten en circuits openen. Ik wil niet gegijzeld worden, niet door een terrorist, maar ook niet door die vier aardappel multinationals.

We zouden Guus in de steek laten wanneer we ons achter de dijken terugtrekken en vertellen dat we zijn problemen alleen hier, in Nederland, kunnen oplossen. Hij is zich van de internationale context zeer bewust en weet ook heel goed dat zijn berg met aardappels aan de voet van de Zeelandbrug een symbool was.

Ik ben er van overtuigd dat met verstand en doorzicht, met overtuiging en eenvoud het belang het globaal denken aan onze kiezers kan worden overgedragen. Dat moet nu eenmaal.

Ik ben geen dromer hoor, of wereldverbeteraar, maar weet dat als je de lijnen (de berg aardappels) van een perspectief voorziet, je de mensen mee kan nemen. Wat je nu ziet, zeker ook in ons land, is het opzoeken van tegenstellingen, tussen de libertijnse en religieuze stromingen, bijvoorbeeld. Die tegenstellingen, die eenvoudig kunnen worden gevoed door de nieuwe technologieën, zijn daarom contraproductief, omdat zij een werkelijk perspectief ontberen.

Ik ben een optimistisch mens. Met zorg en aandacht moet het mogelijk zijn om de enorme vraagstukken van bevolkingsgroei, van honger en dorst en de zorg voor de natuurlijke omstandigheden op te lossen. Dat vraagt het beste van een ieder. Maar laten we die opdracht opnemen, vastberaden, openhartig, met groot respect voor het leven.

Het optimisme wat samenhing met de komst van Tony Blair en Lionel Jospin, tien jaar geleden is in de hoofden van de mensen vervangen. De werkelijkheid, de dagelijkse gang van zaken, zeker op dat niveau is gruwelijk ingewikkeld, maar dat mag ons nooit belemmeren om vol te houden. Een van onze oudere partijgenoten zei me vrijdagavond, de moed verloren, is alles verloren.

De verschillen tussen mensen en volkeren  zullen wanneer de wereldmachten van karakter veranderd zijn, een bron van rijkdom blijken, in plaats een voedingsbodem voor conflicten.

Het heeft even geduurd voor ik deze brief kon voltooien en versturen. Ik zie uit naar onze ontmoeting op 23 juni. Voor die tijd, wie weet, een nieuwe brief nog.

Heel hartelijke groeten van

Jan Schuurman Hess

Dorpsstraat 8,

4485 AH Kats