Kats, 21 maart 2007.

Beste

Vanmorgen in Trouw twee pagina’s over en van de Partij van de Arbeid. De Wouter Bos tapes en de zoveelste verkiezingsnederlaag maken heel wat los… maar de ellende is dat iedereen ziet waar aan het mankeert, waar het misgaat maar dat de essentie onbesproken blijft, namelijk dat de sociaal democratie inhoudelijk en organisatorisch er beroerd voor staat en dat het anders moet… Daar stokt het dan voortdurend, omdat niemand lijkt te kunnen zeggen hoe dan anders.

Afgelopen vrijdag zouden we bijeen komen in Kats, voor het Kats Beraad, dat lukte niet door overvolle agenda’s en wellicht ook voor een deel omdat er eerst een aanzet zou moeten zijn om de lange reis te rechtvaardigen en een perspectief te ontwaren. Ik heb een aantal plannen in mijn hoofd, en daarom vond en vind ik het Kats Beraad relevant, en wil er net als jullie allemaal, een vervolg aan geven. Ik heb met Mariëtte afgesproken dat ik haar in een brief een aanzet zou geven. Het wordt meer dan een brief heb ik bedacht, naast deze inleiding nog zeven brieven. Ik denk dat hoe voorzichtig en bescheiden ook dan wel een perspectief ligt wat verbeterd kan worden, aangescherpt en op de kop gezet, maar toch, iets waarmee we verder kunnen. De voorbije dagen heb ik na gedacht en aantekeningen gemaakt en gisteravond in mijn schriftje de eerste brief geschreven. Mijn intentie is om elke dag een brief te schrijven, voor zover dat mogelijk is met de zorg voor de jongens en de andere werkzaamheden. Ik zal proberen een heldere lijn te volgen maar of dat zal lukken, weet ik niet, mijn pen vloeit soms over het papier als draaiende wind over de Schelde.

Welaan, de partij is er niet goed aan toe. Sinds Paars kunnen we met de VVD samenwerken, opportunisme en pragmatisme vormen de kasseien van de weg die de PvdA volgt. Eigenlijk, samengevat, zijn we niet meer dan een kiesvereniging, die alleen tot leven komt wanneer verkiezingen in aantocht zijn. Heldere gemeenschappelijke doelen en dromen zijn al zo lang verdwenen. We kunnen dit beeld nuanceren, natuurlijk, de mate waarin je de toestand van de sociaal democratie beoordeelt, is ook afhankelijk van het persoonlijke gezichtsveld, van de positie in de maatschappij, in de partij… maar toch, goed gaat het niet en hier in Zeeland al helemaal niet.

De spanningen in het land herinneren me aan de periode dat ik als jong verslaggever werkzaam was in Brussel, aanvankelijk bij het dagblad de Standaard, maar vanaf het begin betrokken bij de Morgen,  “progressief dagblad voor Vlaanderen”. België werd in die periode gefederaliseerd. De overheid werkte niet goed; oude structuren voldeden niet meer. Er was corruptie, nee, dat is overtrokken… het evenwicht in een wereld vol van afgewogen belangen werd verstoord. Grote groepen buitenlanders woonden al heel lang zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië en nieuwe groepen kwamen daarbij, uit Noord en Midden Afrika en alle Europese landen. Het nationalisme en extreem rechts groeiden gestaag; de linkerzijde zette zich schrap.

Als jong en naïef verslaggever haalde ik nogal wat overhoop via de krant, de zaak Graindorge, de zaak François maar ook werkte ik met Jean Claude Garot aan een misselijkmakend dossier, wat later in de marge van de zaak Dutroux, de Roze Balletten zou gaan heten. Jean Claude Garot gaf leiding aan het weekblad Pour (le Socialisme); de redactie en drukkerij bevond zich in Elsene, een deelgemeente van Brussel, tien minuten fietsen van waar ik woonde. Drie dagen voordat we het dossier zouden publiceren (een verhaal over verschrikkelijke decadentie in de allerhoogste Belgische kringen) werd de drukkerij en redactie van Pour vernietigd door een aanslag van het extreem rechtse Front de la Jeunesse. Alles ging in vlammen op. De lieden die hiervoor verantwoordelijk bleken, doen me denken aan die extreem rechtse lieden die nu elk weekeinde ergens in Nederland demonstreren en zich Nieuwe Alliantie noemen, of Volksnationalisten. Het zijn kaalhoofdige, blanke in het zwart geklede mannen, tussen de twintig en veertig jaar oud en omringd door zwijgende en rokende meisjes. Zij worden aangevoerd door enkele wonderlijke voormannen, die zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vergadering, juist zoals toen het Front de la Jeunesse deed. Zij bleken gelieerd aan het Front van meneer le Pen in Frankrijk en de aanhangers van de voormalige dictator van Spanje, Franco en hadden een hang naar het Nazisme. In mijn schrijfhokje achter het huis hangt nog steeds de zwartwit foto van het gesmolten telefoontoestel van de redactie van Pour, zoals die gepubliceerd werd enkele dagen na de aanslag, op de voorpagina van de noodeditie: Ils ne nou pas taire, Zij zullen ons niet doen zwijgen.

Daar begin ik nu mijn brieven. Ik wil niet dat in een land in verandering dat de Partij van de Arbeid, dat de sociaal democratie zal (moeten ) zwijgen. Niet door de moord op Pim Fortuyn, niet door de moord op Theo van Gogh, niet door de aanvallen op onze partijgenoten in kabinet en Tweede Kamer, niet door onze eigen, innerlijke zwakte. Nooit zullen we zwijgen; we gaan verder, vooruit, en weer omhoog, omdat we te zorgen hebben voor allen, voor de kinderen, voor een ieder, met eender welke achtergrond en voornaam, die zich wil verbinden met de ander, met de gemeenschap.

Ik zal beginnen over de partij, onze partij, als een democratisch instituut. Waarom werd ik lid van een politieke partij? Dat leg ik later nog wel uit, maar wat betekent dat voor mij eigenlijk, een politieke sociaal democratische partij. Aan welke aspecten zou die partij moeten voldoen? Ik zal het hier kort aangeven en in de volgende brieven uitleggen wat ik er mee bedoel, en welk politiek programma er uit volgt of zou kunnen volgen.

In willekeurige volgorde is de PvdA

  • een volks partij
  • een informerende partij
  • een lerende partij
  • een opiniërende partij
  • een solidaire partij
  • een luisterende partij
  • een leidende partij.

Zo zou het moeten zijn, vind ik, maar zo zijn wij nu niet georganiseerd en zo worden we ook niet herkend door de bevolking. Wanneer je hier in Zeeland vertelt dat je lid bent van de Partij van de Arbeid, krijg je al gauw de reactie dat je lid bent van de club van de baantjesjagers, van de zakkenvullers.

Misschien vinden jullie me naïef en erg eenvoudig, onsamenhangend en oppervlakkig; het is niet anders. Ik roei met de riemen die ik heb gekregen maar waar het me om gaat is dat ik hierboven heb verhaald over een samenleving in verandering, zoals België aan het eind van de jaren zeventig/ begin jaren tachtig dat was. Dat de spanningen dan oplopen en de spoken van extreem rechts opduiken en met kracht bestreden moeten worden; dat de media en de pluriformiteit kwetsbaar zijn en de sociaal democratie dan opnieuw moet worden uit gevonden, zoals dat in de jaren tachtig/ negentig ook in België is gebeurd. (Om die reden schreef ik eindeloos lang geleden voor Pro het eerste verhaal over de toen nog maar net benoemde burgemeester van Limburgs Hasselt, Steve Stevaert, die het ene slimme plan na het andere bedacht, waarbij het gratis openbaar vervoer). Net als in het zuiden moeten wij de sociaal democratie organisatorisch en inhoudelijk op orde brengen: macht en tegenmacht benoemen, vrijheid en gemeenschap definiëren; gemeenschapszin en verantwoordelijkheid benoemen en ja, we zullen nieuwe dromen formuleren, voor allen, want er is zoveel meer dan de Aldi, en Turkije All Inclusive.

Ik woon in een klein dorp aan de Oosterschelde, 425 zielen groot, in een uithoek van Noord Beveland. Het is een kleine maar sterke wereld, waar ooit de vakbond ontstond en de ziekenkas, en waar,  als je nu goed oplet, goed luistert, alle zorgen, alle dromen, alle verlangens kunt optekenen, zoals je die overal elders ook herkennen kunt. Daarom zal ik de komende brieven af en toe verhalen over Kats; dan volgt ons Beraad als vanzelf.

Voor allen, hou goede moed en weet je verbonden.

Hartelijke groeten van

Jan

 

Comments are closed.