Donderdag 5 april 2007.

Beste,

Gisteravond vergaderden we in ons dorp over de viering van het achthonderd jarig bestaan van ons dorp, volgend jaar. Tien jaar geleden vierden wij het 400 jarig bestaan; dat kan, dit is een bericht uit Zeeland.

We vergaderden bij een meneer thuis die hier nog niet zo lang woont, een deftige heer, misschien wel een van de deftigste mensen van het land. Soms komt hij op de televisie, in het programma Blauw Bloed, en legt dan uit hoe je wat tegen de Koningin mag zeggen. De deftige heer had ik voor de vergadering een keer eerder ontmoet.

Het huis waar de deftige heer woont, werd in de vorige eeuw bewoont door een zonderling, voor mij een held, over wie ik een toneelstuk schreef en wat niet gespeeld mocht worden in het theater van het naburige Goes. Het huis ligt aan de voet van de Oostzeedijk, aan de Oosterschelde, een boerenhuis op een groot erf, met fruitbomen en akkers er om heen. Tarwe, suikerbieten, aardappelen en uien. De zonderling, Piet Zuydweg, woonde na de dood van zijn dove moeder alleen in dat huis. Hij had een passie voor archeologie en ontdekte als eerste restanten van Romeinse bewoning al hier, maar werd natuurlijk niet geloofd door de provinciaal archeoloog, die in Leiden had gestudeerd en zeker wist dat de Romeinen alleen in Nijmegen en Aardenburg waren geweest. In het nietige Kats, zo stelde de provinciale archeoloog die uit afkomstig was van een voorname Walcherse familie, kon van Romeinse bewoning geen sprake zijn, omdat het niet kon. Piet Zuydweg, tegendraads en koppig, hield vol en stapelde bewijs op bewijs en kreeg uiteindelijk gelijk. En als hij links om geen gelijk kreeg, dan rechts om. Zo kocht hij eens een boek over vogels in zuidelijk Afrika en een paar maanden later, hoogzomer, zittend op een bank achter zijn huis, ontdekte hij door zijn verrekijker een vogeltje wat tot dan toe nog nooit buiten het Paul Krugerpark was gesignaleerd. Hij meldde zijn vondst terstond aan de Provinciale Zeeuwsche Courant die de volgende dag gepast over de bijzondere waarneming berichtte. Kijk, zo haalde Piet Zuydweg zijn slag thuis: de krant had gemeld en dus kon niemand in het dorp meer twijfelen aan zijn waarneming. Ach, zo zijn er zoveel verhalen verbonden aan dat huis waar nu de deftige heer woont. De eenvoud is uit dat huis geranseld; het is na een verbouwing een paleis geworden, onbetaalbaar, en de deftige heer vertelde over de feesten die er werden gehouden en hoeveel schade daardoor was ontstaan. En daarna vertelde hij dat hij aan voornaam instituut in de hofstad lesgaf in “hoe het hoort” aan aankomende diplomaten uit alle windstreken en de studenten uit Azië noemde hij spleetogen.

Er zijn duizend thema’s te bedenken waarover we inhoudelijk zouden kunnen en moeten spreken. Ieder van ons heeft zo vijf onderwerpen paraat en we zijn met 60.000 leden… Nu zoveel onderwerpen zullen er niet zijn maar het aantal kwesties is zo uiteenlopend en zo groot dat ik dat maar even laat. Ik zou het hebben over de informerende partij.

Wat bedoel ik daarmee, de informerende partij?

De kennis waarover de partij beschikt, zou ze moeten delen en wel permanent. Ha, hoor ik iemand van mijn afdeling mompelen, moet ik dan uitleggen hoe de gemeenteraad functioneert, of provinciale staten, of de kamer? Wie stelt daar nu belang in? Er komt toch helemaal niemand naar een afdelingsvergadering, of naar een vergadering van de gemeenteraad? Bovendien heb ik het veel te druk.

Nu, om met dat laatste te beginnen. Dat is de grootste vergissing die wordt gemaakt. Te druk bestaat niet. Een volle agenda betekent een gebrek aan beheersing. Iedereen, vooral bestuurders in onze partij zouden eigenlijk om de week niet mogen vergaderen. Dat zelfde zou moeten gelden voor ambtenaren. Wie een week heeft vergaderd, gaat de volgende week aan het werk; ambtenaren uitvoeren en bestuurders democratie onderhouden. Dat wordt natuurlijk weggewuifd, ook al begrijpt iedereen dat ik gelijk heb. Maar iedereen zou tenminste een dag moeten kunnen vrijmaken om zich in te zetten als vrijwilliger, links om of rechts om.

Maar ik dwaal af.
Het gaat om het onderhoud van de democratie. Je zou dus wel als partij moeten uitleggen hoe het spel in elkaar zit. Op scholen, voor verenigingen, voor bedrijven. Vertel maar hoe het werkt; hoe een partij werkt, hoe het systeem werkt, hoe de verhouding is tussen Europa en het rijk. Welke internationale en nationale ontwikkelingen van invloed zijn op de keuzes die gemaakt worden, in de straat en om de hoek.

Ik heb al verteld dat ik voor de Morgen heb gewerkt, in Vlaanderen. De belangrijkste ervaring in die periode waren de processen die ik in Kiel, Duitsland, volgde tegen de leiding van de SS tijdens de tweede Wereldoorlog in België. Over de gebeurtenissen die ik op weg naar en in Kiel mee maakte, zal ik nog wel eens schrijven… maar een ding is hier van belang. Democratie moet je onderhouden en dat elke dag en dat is niet een verantwoordelijkheid van de overheid en het onderwijs alleen.

Regina Beer was een van de moedige vrouwen die ik in de marge van dat proces in Kiel leerde kennen. We troffen elkaar in Kiel en nadien in Antwerpen. Zij had Auschwitz overleefd en na het proces in Kiel had zij de moed om met me te spreken over haar ervaringen, voor tijdens en na de oorlog. Het viel haar vreselijk zwaar; het spreken, zoals meer vrouwen die uit de kampen waren terug gekeerd  en tijdens het proces ondanks alles getuigden. Ik heb in mijn inleidende brief al verteld dat in die periode extreem rechts de kop op stak in België, in Wallonië minder dan in Vlaanderen, maar toch… de zwarthemden, zoals we hen noemden, zagen we overal terugkeren. op scholen, voor verenigingen, voor een ieder die wilde horen en luisteren. Regina Beer vond dat ze niet langer kon zwijgen. Ze nam het zich voor om te gaan vertellen, op scholen, voor kinderen van alle nationaliteiten. Zij vertelde over haar leven, over vrijheid, over recht en willekeur en heel rustig vertelde zij over het belang van democratie.

De economie is intens veranderd na de invoering van de computertechnologie, althans zo heb ik het ervaren. Alles is met verbonden; obstakels worden weggenomen en alles verdwijnt in een onzichtbaar brandpunt op een onbegrijpelijke financiele markt  Soms ga ik met de jongens naar een zwembad, waarin in een tunnel kunt stappen waarin het water je naar beneden laat glijden… zo is het ook met de menselijke maat en de tijd…. Alles stroomt met een vaart die niemand kan volgen en alles gaat voorbij eer je er erg in hebt.

Een informerende partij is meer dan een noodzaak. Het moet, het moet, het moet. We moeten ons verplichten tijd te nemen om meer te zijn dan een bestuurders partij, want iedereen ziet toch wat er gebeurt? Iedereen ziet toch met welk een vaart alles zich verhardt, hoe tegenstellingen worden gecreëerd en tijd teniet gedaan?

Je zou kunnen zeggen dat we een kenniseconomie hebben, en een overvloed van media. Iedereen die zich wil informeren kan dat volop, voluit. Die kenniseconomie is een term die over 25 jaar niemand meer begrijpt. Wie kan een hark maken? Of de kiel van een schip neerleggen? De media? Hier in Zeeland is er nauwelijks nog sprake van een geschreven pers. De PZC is een kopblad van Wegener; de journalisten zijn hoofdzakelijk nieuwsvolgend. Landelijk verkeren de bladen van PCM in zwaar water (ook al zagen we dat vanaf het begin van de jaren tachtig vanuit Vlaanderen al aankomen: wij vonden Nederlandse journalisten lui, te rijk en zeer gemakzuchtig. Ik kan niet ontkennen dat wij wel eens jaloers waren op mogelijkheden en middelen, daarin Amsterdam en Hilversum). Over de Nederlandse televisie en radio van nu zullen we maar niet spreken; te veel te slecht, waardoor het echt tijdverspilling is geworden.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat we niet moeten denken dat de burgers werkelijk geïnformeerd worden omdat de wanden van de krantenkiosk vol staan met de veelkleurige tijdschriften of de radio en televisie een aanbod hebben wat waarachtig grenzeloos is.

Ik wil dat een sociaal democratische partij me en met mij allen, jonger en ouder, informeert over de manier waarop en waar macht zich vormt en hoe en waarom democratie gegrond werd. Dat is essentieel want zonder dit zal niemand iets begrijpen van: Probleemwijken naar Prachtwijken

Welaan, het zondagavond intussen. Laten we ons best doen, de komende periode en een weg zoeken uit die wonderlijke knoop waarin we zitten. Morgen komen mijn jongens weer thuis; ik verheug me op het ontbijt met hen en een bezoek aan de bruine vloot in Zierikzee.

Heel veel goeds en nog een fijne paasmaandag,

Jan Schuurman Hess