Kats, 29 juni/ 8 juli 2007.

Beste Allemaal,

In de nacht van vrijdag op zaterdag werd in Brussel een akkoord bereikt over een nieuw funderend verdrag over en voor de Europese Unie. Dat is voorwaar een prestatie; zie maar eens een familie te binden met 27 leden. De ouders, de stille, verlegen maar ook doortastende Angela Merkel, en de zelfbewuste, sterke Nicolas Sarkozy, en met als voogd, de vermoeide, maar standvastige Tony Blair. Frans Timmermans vertelde zaterdagochtend in den Bosch, dat ook de Spaanse premier Zapatero een belangrijk aandeel had in het realiseren van het compromis. Met dit verdrag is de tweede fase van de Europese eenwording min of meer afgerond.

Ik zal me verklaren. Op de puinhopen van Europa, in 1945 en 1946, formuleerden de grondleggers van de Europese samenwerking de droom van een verenigd Europa. Nu roept dat Verenigd Europa, zeker in Nederland, negatieve associaties op, namelijk het beeld van de Verenigde Staten van Europa, een Europese superstaat en supermacht waarin geen plaats meer is voor de Zeeuwse bolus en de Groninger koek. Terwijl de mensen nog op weg waren naar huis, naar familieleden zochten, naar bezittingen zochten, toe, in die tijd formuleerde Winston Churchil de Europese droom, die later werd uitgewerkt door Robert Shuman, Jean Monet, door Paul Henri Spaak, en Konrad Adenauer. Dat zij er in slaagden die droom te verwezenlijken was te danken aan een dubbele beweging die zij maakten: de Europese samenwerking zou gestalte krijgen door middel van eenvoudige en concrete projecten, die bovendien het hart raakten van de economie: kolen en staal (brandstof en wederopbouw). En in de tweede beweging vestigden zij een Europese ambtelijke organisatie.

De tweede generatie Europese politici, die van Giscard d’Estaing, Helmut Kohl, Jacques Delors, Michael Gorbatsjov en Felipe Gonzales, die generatie, maakte ook een dubbelslag. Zij ontwikkelden de Europese instellingen en maakten een einde aan de verdeeldheid van het Europese continent in 1989. Met de ontwikkeling van de Europese instellingen, de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Europese Raad, de interne markt, de invoering van de Euro en de uitbreiding van de Europese Unie werd met compromis van het voorbije weekeinde die tweede fase min of meer afgerond. Europa kan organisatorisch voorlopig voort, ook al blijven er nog enkele gaten, vanzelfsprekend.

Voor mijn generatie is het nu opdracht om de Europese droom van samenwerken te verbinden met alle lagen van de bevolking, heel concreet, en om er voor te zorgen dat de milieu en klimaat problemen gemeenschappelijk worden aangepakt.

De eerste opdracht, de verbinding van de Europese samenwerking met de samenleving, is in essentie een opdracht voor versterking van de democratie. Vanzelfsprekend, en ik hoop dat dit uit deze brieven blijkt, geloof ik dat de politieke partijen hun rol en betekenis moeten verdiepen, maar probeer ik tegelijkertijd het idee voor het Huis voor Europa in Nederland en daarbuiten te realiseren. Dat laatste, voor alles een verhaal van lange adem en schaken op zoveel borden, probeer ik zo te organiseren dat door middel van heel eenvoudige en concrete projecten (sociaal, maatschappelijk, economische, cultureel, politiek en sportief) de Europese samenwerking tastbaar wordt voor een ieder in de maatschappij. Daarbij ga ik er van uit dat het Huis voor Europa verschillende vestigingen krijgt in ieder land en in staat zal zijn zelfstandig te functioneren, anders gezegd, dat het Huis niet van subsidie afhankelijk zal zijn.

De Europese samenwerking moet in de toekomst gedragen worden door de burgers; nu is het nog voor alles een zaak van politici, ambtenaren, zakenlieden en beroepsvoetballers. Dat kan en moet veranderen.

De kranten staan vol met commentaren over de vraag of er in Nederland al dan niet een referendum moet komen over het compromis het Europees Verdrag. Ik vind het zeer verleidelijk om een referendum te organiseren en de SP met de PVV te verbinden, en vervolgens te verslaan. Maar aan dit soort verleidelijke gevoelens wil ik niet toe geven, want hoewel ons verkiezingsprogramma een referendum bepleit, wijs ik het principieel af. Ik hecht zeer aan een goed functionerende vertegenwoordigende democratie en geloof bovendien niet dat een referendum een antwoord geeft op de vraag die aan de bevolking wordt voorgelegd.

——-

Ik vind dat onze partij zich nadrukkelijker kan manifesteren in de democratisering van Europa. Hoe? Eerder vertelde ik al over het ontpolderen langs de Westerschelde. Dat ontpolderen, zo werd de bevolking jarenlang voorgehouden, moest en zou van “Brussel, van de Europese Commissie. Er zou, zo werd ons voorgehouden, geen ontkomen aan zijn, verklaarden ambtenaren en politici uit Middelburg (provincie Zeeland) en den Haag. Zij werden daarbij ondersteund door de vertegenwoordigers van de provinciale milieu federatie en het bestuur van Vogelbescherming. De Vogel en Habitat richtlijn, de instandhoudingverplichting… ontpolderen moet van Brussel, en wel die en die polders.

Voor het ontpolderen bestaat vrijwel geen draagvlak in Zeeland. En de Europese samenwerking, die in de ogen van de Zeeuwen verantwoordelijk is voor dat ontpolderen, kan daarom gemist worden als kiespijn.

Vanzelfsprekend bepaalt Brussel niet dat de Hedwigepolder onder water moet worden gezet en evenmin dat Zeeland de dijken door moet steken om de zeearm te verbreden. De Vogel en Habitatrichtlijn is een heel leesbare en niet zo ingewikkelde wet; de strekking er van is eenvoudig en natuurlijk kan de richtlijn regionale details niet bepalen. De details worden ingevuld door politici en (semi) ambtenaren hier, maar zijn dan vervolgens niet moedig genoeg om de verantwoordelijkheid voor die keuzes te nemen. Zij verschuilen zich graag achter “Brussel”.

Het democratiseren van Europa vraagt daarom om meer dan roepen om het verbeteren van de positie van het Europees Parlement. Je kunt ook de Nederlandse politiek veel meer Europeaniseren en in die zin Europa politiseren. Je kunt ook burgers hier, zo in Zeeland laten zien dat niemand machteloos is. Als gewoon PvdA lid heb ik contact opgenomen met Dorette Corbey en hebben we vragen gesteld over het ontpolderen aan de Europese Commissie. Binnen zes weken was er een overtuigend antwoord: de politieke verantwoordelijkheid voor natuurcompensatie ligt in Middelburg en den Haag. Dit antwoord leidde er toe dat de Zeeuwse PvdA in de aanloop naar de statenverkiezingen politieke ruimte kreeg, de burgers en media plotseling beseften dat Brussel niet een onbereikbare en onaantastbare politieke macht is, maar dat de Brusselse politiek hier wordt gemaakt. Het leidde er ook toe dat ik op de meest stalinistische wijze door een verantwoordelijk Zeeuwse partijgenoot werd uitgemaakt, iemand die zich zowel ambtelijk als politiek in de besluitvorming had verscholen achter “Brussel”.

Maar goed, Stalin daargelaten, het is goed als in de lerende partij nadrukkelijk de politisering van de Europese politiek aan de orde komt.

——-

Iets anders nu. Een van de aardigste dingen die ik ooit eens tijdens een PvdA congres aantrof, was een anonieme brochure van het PvdA bestuur met als titel Federatief Europa, gezien vanuit democratisch socialistisch standpunt. De tekst is vermoedelijk van de toenmalige fractievoorzitter Marinus van der Goes van Naters en in twaalf kleine bladzijden wordt uitgelegd waarom de Europese samenwerking noodzakelijk is, vanuit een democratisch socialistische standpunt. En beter dan hier is me de Europese samenwerking nooit uitgelegd, en het federalisme zoals het toen beschreven is, heeft in de verste verte niets te maken met de superstaat Europa, wel integendeel. Ik kan het niet nalaten hier een klein stukje uit het slot van de brochure te citeren:

“De band tussen overheid en volk dreigt steeds zwakker te worden. Strijdende tegen een onstuitbare armoede, is deze overheid gedwongen tot het nemen van ingewikkelde, ondoorzichtige maatregelen, die alleen nog door deskundigen worden begrepen en die elkaar telkens doorkruisen. Het politiek besef der massa’s, het mee denken en begrijpen wordt er evenredig minder door. Vermoeid ren ontmoedigd komt maar al te vaak het verlangen naar een sterke man”tot uitdrukking, of hij nu de Gaulle heet, of anders. Het volk voelt zich niet meer rechtstreeks betrokken bij de verantwoordelijkheid voor het geheel.

Aalleen wanneer wij de zaken weer kunnen behandelen op het niveau waar zij thuis horen, wanneer daarbij dan de groepen betrokken worden waarin de maatschappij op natuurlijke, functionele wijze is ingedeeld, kunnen de mensen weer inzicht en begrip krijgen. Alleen dan wordt de democratie weer een levende realiteit voor hen.”

“De problemen waarvoor de huidige maatschappij een oplossing moet vinden zijn van zeer verschillende aard. Sommige hebben slechts beperkte omvang en doen zich in een kleine gemeenschap voor. Het zijn vraagstukken die niet verder gaan dan dorp of gemeente. Welnu, dan moet er geen gecentraliseerd gezag zijn, dat dit aan zich wil trekken om volgens een algemeen stramien een “gelijkgeschakelde” schematische oplossing op te leggen. Laat de gemeente autonoom blijven en al naar zijn geaardheid de zaken regelen, die tot het terrein van de gemeente behoren. Andere problemen blijven beperkt tot gewest of provincie. Laat op gelijke wijze de oplossing dezer vraagstukken over aan die gewesten, aan die provincies. Centraliseer niet te veel.”

“Zo geeft de federalistische gedachte haar oplossing, voortvloeiend uit een zuiver afwegen van de verhouding, waarin individu en gemeenschap tot elkander staan. Steeds opnieuw moet deze verhouding tot haar juiste proporties worden terug gebracht, nimmer mag zij verdorren tot een dood mechanisme.”

“Kort gezegd, het federalisme wil dat de problemen worden opgelost binnen de grenzen van en door de gemeenschap waar zij zich voordoen.”

“Op de grondslagen van de oude internationalistische idealen van het socialisme moeten wij thans de internationale zaken in internationale solidariteit aanpakken. Want geleide economie alleen is niet voldoende. Ook de Sovjet-Unie kent die, ook de grote trusts leiden hun economie planmatig. De noodzakelijke tegenhanger is mede-verantwoordelijkheid van de betrokkenen, van de gemeenschap.”

—–

Het virus van liberalisering en privatisering is in de periode van Ronald Reagan en Margaret Tatcher ook onze samenleving binnen geslopen. De Europese Unie bleek om deze politiek tot uitvoer te brengen daartoe een eenvoudig instrument. In een aantal sectoren heeft dat goed gewerkt; maar in veel meer sectoren niet. Ik kan er met de pet niet bij dat de privatisering van de spoorwegen iets positiefs heeft gebracht, en ik kan al helemaal niet begrijpen dat de sociaal democratie hieraan heeft mee gewerkt.

Iedereen, in de Spar van Co Kallewaard in Colijnsplaat, en in Kats op straat, walgt van de zelfverrijking in die (semi)overheidssectoren. Het geprivatiseer en geliberaliseer (in monopolie markten) heeft volgens de mensen niets goeds gebracht, overheidsdiensten zijn hierdoor verder gebureaucratiseerd en terwijl de kosten zijn toegenomen, is de dienstverlening slechter geworden. Wie zich informeert over de (toekomstige) gevolgen van de privatisering in sector van de volksgezondheid, schrikt zich te pletter. Wie heeft er al eens geprobeerd om van energieleverancier te veranderen, en is daar wel bij gevaren? Waarom is het openbaar vervoer, het onderwijs en de gezondheidszorg in Vlaanderen in de ogen van de mensen hier, beter, aantrekkelijker en aangenamer dan in Nederland?

——

Het is, denk ik,  van het grootste belang dat de politisering van Europa zich in de gehele partij ontwikkelt. Er kan geen licht zitten tussen de delegatie in het Europees Parlement en de Tweede Kamer; het moet een ieder helder zijn wie welke verantwoordelijkheden heeft, waar hoofd en bijzaken worden bepaald en de partij zou moeten uitstralen dat de verbindingen tussen leden, afdelingen, volksvertegenwoordigers op alle niveau’s goed zijn en bruikbaar. Vandaar mijn voorbeeld over het ontpolderen.

Binnen de Europese Unie moet de sociaal democratie zich realiseren dat het wijkend vertrouwen in de (semi) publieke overheid samenhangt met deze negatieve spiraal en dat deze negatieve spiraal op den duur de democratie ondermijnt. Misschien vinden jullie dat ik dit te zwaar aan zet, maar de democratie is uiterst kwetsbaar, en zeker niet vanzelfsprekend.

Nu ja, ik sluit hier maar af, wens jullie alle goeds en ga gauw verder met andere zaken.

Heel hartelijke groeten van

Jan Schuurman Hess