Beste Allemaal,

Op 17 juli begon ik vol goede moed in het nieuwe huis aan een uitnodigende brief voor het Kats Beraad; in de derde week van augustus hoopte ik jullie te zien voor een bijeenkomst hier, in Kats… om gezamenlijk te doorgronden van wat nu het wezenlijke probleem is voor en van onze club… Maar ja, wat gebeurt er vervolgens, in de geprivatiseerde wereld? Probeer maar eens een verhuizing door te geven aan een provider, die daarop, vanuit Amsterdam enkele knoppen moet omzetten… Dat heeft bijna drie maanden, en dagelijkse telefonades gekost, vanzelfsprekend tegen 20 eurocent per minuut… Uiteindelijk bleek het mogelijk om van die provider (Wanadoo/Orange/Online) af te komen en een nieuwe, lokale provider te vinden… Anders gezegd, ik heb jullie in lange tijd niet kunnen bereiken, vooral niet omdat ik maar van enkelen het gewone postadres heb.

Ik wil een nieuwe poging wagen, vooral omdat het noodzakelijk blijft na te denken over de ellendige situatie waarin de sociaal democratie zich bevindt, zowel inhoudelijk als organisatorisch… dit ondanks de grote inzet en aantoonbare resultaten van het werk van partijgenoten op lokaal, provinciaal, landelijk en Europees niveau. Daarom hier een nieuwe brief, met naar het einde toe een aanzet tot een manifest.

Zoals jullie weten vervolg ik mijn wekelijkse voettocht door Zeeland, elke vrijdag. Soms kom ik iemand tegen, soms raak ik verwikkeld in wonderlijke gebeurtenissen, soms ook maak ik afspraken of wandel met een gast over de dijken… Wat me opvalt tijdens die wandelingen is dat tijdens ontmoetingen velen hopen dat de Partij van de Arbeid zich herstelt, zich hervindt en weer op staat. Men verwijt ons onherkenbaarheid.

Waar zit ém dat in?

Waarom zijn zovelen zo ongelukkig met de stand van de dingen, met de aard van de samenleving? Anders gezegd, hoe verhoudt zich de kern van de sociaal democratie tot de samenleving? Wat leren we van de verhalen die ik in de voorbije tijd heb beschreven; wat leren we van de wandelingen en de ervaringen die jullie allemaal met jullie dragen… en bij dit alles, wat is de kern?

Ik wil nog een paar verhaaltjes vertellen en dan proberen om een aanzet te geven voor een manifest…. Daarover zou ik een bijeenkomst willen beleggen, vrijdagmiddag 31 october, of, wanneer dat beter uit komt, zaterdag 1 november. Ik bericht daarover apart volgend weekeinde, na jullie reacties.

Ik wil mijn verhaal beginnen bij het lot van Y, (14 jaar). Om maar met het slot van het verhaal te beginnen, Y zit in Vught, in het gevangeniscomplex waar ook Willem Holleeder zit, en Mohammed B zijn gedetineerd. Wat Y heeft gedaan? Hij heeft ruitjes in gegooid, in Goes, en is opstandig geworden tegen zijn moeder en broertje en ….tegen hulpverleners.

Hij zei: “Ik ben niet gek, ik wil naar school.”

Wat is er gebeurd, met dit manneke uit Kats?

Zijn vader, bakker (aanvankelijk in een fabriek, later in een eigen zaak) en moeder hadden een ongelukkig huwelijk. De eigen zaak mislukte, de vader was gewelddadig. Wanneer Y als klein manneke probeerde zijn veters te strikken, maar dat niet snel genoeg voor elkaar kreeg, trapte zijn vader hem tegen de muur, als een voetbal. Niet een keer, maar met regelmaat. Achteraf heb ik vreselijke details vernomen.

Op enig moment viel het gezin uit elkaar. De vader vond via het internet een andere dame in het hoge noorden van het land en verdween voorbij de horizon. Alleen in de vakanties wilde hij zijn twee jongens nog zien. De moeder werd opgevangen in en door het dorp, maar juist voor zij een woning zou betrekken, die we gezamenlijk hadden geregeld, verkoos zij een relatie met iemand in een ander dorp.  Dit bleek al ras een ongelukkige verhouding; betrokkene dronk veel, verplichtte uiteindelijk de moeder met haar twee kinderen op een bovenkamer te verblijven en verbood hen gebruik te maken van douche, keuken, etc.

Deze situatie duurde al bij al meer dan twee jaar. De woningbouwvereniging van Goes wilde vanzelfsprekend geen huurwoning aanbieden voor moeder en kinderen. Y moest zich wassen in de kleedkamer van de voetbalclub. Toen het winterseizoen aanbrak kon zijn moeder een vakantiewoning betrekken in een recreatiepark; het kostte zoveel geld dat haar laatste spaarcentjes op raakten.

Y mocht ondertussen naar de Havo-brugklas, van het Goese Lyceum. Hij was onzeker, schaamde zich, en was alle vaste grond onder zijn bestaan kwijt. Zijn moeilijk gedrag, opstandigheid en kwetsuren werden op het Goese Lyceum niet begrepen. Integendeel, deze school is in een scherpe concurrentiestrijd verwikkeld met het Ostrea Lyceum; alleen voldoendes en talenten worden hier gekoesterd, alle mooie praatjes ten spijt. Y werd binnen drie maanden van school gestuurd; hij zou autistische zijn en werd naar een psychiatrische instelling verwezen.

“Ik ben niet gek; ik wil naar school.”

Dat was een opmerking, volgens de mensen van Emergis, die volstrekt idioot was, bovendien bleef Y.’s gedrag opstandig.  Ze constateerden dat Y niet autistische was, maar wat er dan wel aan de hand was, bleef hen onduidelijk. Het Goese Lyceum wilde hem niet meer terug. Y ging naar huis, bleef thuis, bleef in zijn bed, kroop de achter de computer, vond via die weg de harde kern van Feyenoord en ja, zachtjes aan verloor hij zich in een eigen wereld. Hulpverleners en ambtenaren slaagden er niet in om de situatie te doorgronden en op te lossen. Op den duur wees hij hen de deur, of, wanneer er toch contact was, liet men hem lekker achter zijn computer zitten.

“Ik ben niet gek, ik wil naar school,” dat was de essentie van wat hij te zeggen had.

Met oud en nieuw ging het mis; Y gooide ruitjes in en werd opgepakt. De politie sloot hem op in de grote gevangenis in Middelburg, Torentijd. Daar zat ie dan, tussen de misdadigers.

“Ik ben niet gek; ik wil naar school.”

Naar een paar dagen mocht hij naar huis, werd veroordeeld tot een taakstraf en verdween weer achter de computer. Hij stond pas ’s middags op, en ging ’s nachts naar bed. In de wereld van de computer was hij lid van de Harde Kern van Feyenoord. “Dat zijn mijn echte vrienden,” zei hij tegen zijn moeder, die hij overheerste, en op enig moment bedreigde: “Ik maak je dood”.  Dat zei hij ook tegen zijn broertje, want, Ajax supporter. Hij zwaaide zelfs een keer met een mes… Er was met Y geen land meer te bezeilen. Zijn moeder verliet het zelfs het huis, keerde terug naar haar foute vriend en liet Y alleen. De jeugdzorg adviseerde uithuisplaatsing. De moeder had geen idee. Doe maar zei ze, en begin juli werd Y door de jeugdrechter geplaatst. Met de boeien aan werd hij afgevoerd, naar de strengbeveiligde gevangenis in Vught. Hij moest zich daar uitkleden en tussen zijn billen laten kijken, of hij drugs bij zich had. Y rookt niet, had nog nooit gedronken en kende de Kuip alleen maar van het internet. Hij heeft van angst zijn armen open gekrabd, in de isoleercel. “Willem Holleeder zit hier ook” kreeg hij van de bewakers te horen. Y is 14 jaar.

Als ik hem briefjes schrijf worden die vernietigd. Ik zond hem een kinderboekje, wat Margreet Schouwenaar schreef (ook lid van dit Kats Beraad) en wat alle schoolkinderen van Hengelo ooit van Sinterklaas en de Kerstman kregen. Y heeft het niet gekregen. Het zal zijn vernietigd.

De dorpsgemeenschap, de ouders, het onderwijs, de onderwijsambtenaar, de psychiatrische instelling; Jeugdzorg en AZZ die niet willen helpen en niet op elkaar aansluiten… nee, Willem Holleeder, die moet het doen.

Wat als Y een meisje was; waar vonden we haar dan?

En wat zegt dit over onze tijd?

De sociaal democratie  heeft in mijn ogen een hervormingsagenda, of een perspectief, een toekomst… die bereiken we met kleine stapjes, maar die hebben we… als het goed is.

Als er iets is, wat de mensen ons verwijten, is dat we die niet hebben.

Meer nog, sociaal democraten worden bovendien geïdentificeerd met alles wat fout gaat in de samenleving.

Ik deel veel van die onvrede. Een samenleving waar het gaat om competitie, waar het perspectief het individuele bestaan is, het particuliere belang (van het individu, van een organisatie of bedrijf) en er geen enkel gemeenschappelijke noodzaak wordt gevoeld, geduid en georganiseerd is in mijn beleving een arme, verloren samenleving. Meer nog, het is mijn samenleving niet.

Ik begrijp vaak niet dat waarom wij zo braaf zijn, en mee doen. Hoe het kan dat uitgerekend die particuliere belangen worden uitgedragen en verdedigd door mijn partijgenoten. Hans Simons die hier in Zeeland de ziekenhuiszorg naar de vaantjes helpt, en zich een bonus laat uitkeren wegens goed gedrag, en eerst wanneer de hele provincie over hem heen valt, zich omdraait en mompelt… “ach, die tienduizend euro, waar praten we over? Dat is het ook allemaal niet waard… Goed dan, dan stort ik het wel terug”. 

Boven de Balkenende-norm, die Simons…

Ik word erg opstandig van die zelfingenomen mentaliteit, maar ook van die ellendige structuur in de zorg, in het onderwijs, in het hele overheidshandelen. Ja, maar het is nodig om de kosten te beperken, en efficiënt te werken, wordt dan gezegd…

Ik geloof daar dus geen ene moer van, om het maar eenvoudig te zeggen.

Volgens mij is een samenleving waarin het grote eigen belang voorop staat een samenleving waarin het wantrouwen wordt georganiseerd, de vrijblijvendheid wordt geaccepteerd en de bureaucratie wordt gefaciliteerd.

Dat is een hoge prijs.

Dat moet anders, en dat kan anders.

Voor de sociaal democratie moet niet de vrijheid voorop staan, zoals nu in ons beginselprogramma staat, maar de verbondenheid. Verbondenheid impliceert vrijheid, verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Verbondenheid (ik vind solidariteit ook goed hoor, maar het is ook een uitgehold woord) als wezenskenmerk van de sociaal democratie impliceert het onderscheid tussen andere politieke partijen en dwingt ons tot een hervormingsagenda.

Volgens mij is deze keuze noodzakelijk, niet alleen omwille van de verhoudingen in het gezin en in de Nederlandse samenleving, maar ook omwille de internationale ontwikkelingen. We weten dat de bevolking in de wereld zal groeien naar negen miljard mensen, dat grondstoffen schaars worden, we weten dat de economische krachten verschuiven, naar Rusland, naar China, India, naar Brazilië…

Ik zou graag met jullie een manifest opstellen voor een hervormingsagenda, uitgaande van het idee van verbondenheid.

Het begint bij het begin, het gezin. Het lastigste en ongetwijfeld meest controversiële voor sociaal democraten is om dit idee te verbinden met het individu, en het gezin. Want: raken we hier niet aan de kern van de individuele vrijheid, en blijven we daar niet het beste ver vandaan?

Ik heb niet voor niets het verhaal van Y verteld. Het grote eigen geluk van de ouders heeft grote gevolgen voor de kinderen, en dus voor de samenleving. Ik vind dat je voor kinderen te zorgen hebt; je laat geen kinderen in de steek voor je eigen, grote, dikke geluk, noch om redenen van onverschilligheid, of uit angst voor de buitenwereld. En als je dat toch wilt doen, waarvoor heus goede redenen te verzinnen zijn, heeft dat een prijs. Hoe hoog die prijs is, in de eerste plaats voor de kinderen, zal in allerlei gevallen verschillen. Maar het betekent ook voor de samenleving een prijs. Ik ben niet van de afdeling vrijblijvendheid; dus als je zoiets zegt, verbondenheid is de basis, en ik zou dat echt willen uitdragen, zou je dat ook moeten vertalen naar een prijs voor directe, en maatschappelijke gevolgen? (Je hebt geen idee wat onderwijzers mee maken met gescheiden ouders; ik vind dat volstrekt onaanvaardbaar gedrag, niet alleen voor de kinderen, ook voor de onderwijzers, de scholen) Maar ik wil weten wat jullie hier van denken. De kern is hier de vraag, is het ieder voor zich, of heeft een ieder verantwoordelijkheid voor de ander?

Dit wordt, wat mij betreft, het eerste punt waarover we zouden moeten spreken.

  1. De sociaal democratie staat voor verbondenheid, om te beginnen bij en in het gezin.

 

Verbondenheid betekent ook dat we in de samenleving niemand isoleren, zolang hij of zij niet door de rechter is veroordeeld tot gevangenisstraf. Wie geen werk heeft, geen werk kan verrichten en dus een uitkering heeft, is altijd betrokken in het maatschappelijk proces en dat bovendien op een passende, humane en zinvolle manier. Verbondenheid impliceert ieders betrokkenheid, ieders verantwoordelijkheid, ongeacht het geloof, of achtergrond. We laten niemand aan zijn of haar lot over.

  1. Verbondenheid betekent niemand aan de kant. Iedereen werkt of leert naar vermogen. Wie niet kan werken, niet kan leren, is altijd verbonden met de gemeenschap. (Zie wat dit betreft de lijn die Bert Otten volgt in Hengelo als voorbeeld!)

 

Daar waar organisaties en instellingen zijn verzelfstandigd, kan de sociaal democratie waar mogelijk coöperatieven oprichten, bijvoorbeeld in de zorg, zoals in België nog steeds het geval is. Een coöperatieve kan ook worden gestart in de energiesector; in het onderwijs kunnen we opnieuw, buiten alle kaders desnoods, ‘weekend’ scholen oprichten.

  1. Verbondenheid betekent dat (semi) overheids organisaties, instellingen en bedrijven een gemeenschappelijke opdracht, gemeenschappelijke band en verantwoordelijkheid hebben waarover op een democratische wijze verantwoording afgelegd kan en moet worden. Het gemeenschappelijke belang maakt een einde aan de competitiegeest in de (semi) collectieve sector, aan het georganiseerde wantrouwen en bureaucratie. 

 

Ik ben een groot voorstander van het idee om aardgasopbrengsten onder te brengen in een apart staatfonds en van de rente daarvan te gebruiken voor fundamentele investeringen ten behoeve van het algemeen belang. Vanzelfsprekend gaat dat om het openbaar vervoer, om infrastructuur, om energievoorziening, scholen, etc., maar wat mij betreft ook om de zorg voor onze monumenten en cultureel erfgoed.

  1. Verbondenheid betekent ook vertrouwen schenken en vrijheid bieden. Wanneer de sociaal democratie helderheid schept in haar keuze voor het collectief, kan zij, binnen de overheid, terug treden en ruimte bieden aan de markt, aan macht en tegenmacht van werkgevers en werknemers (organisaties).

 

Fundamenteel lijkt me voor volksvertegenwoordigers van de Partij van de Arbeid om scherper afstand te nemen van het openbaar bestuur. Het is krankzinnig om te zien hoe sociaal democraten in vrijwel alle gevallen de (semi) overheid verdedigen, alsmede de ongebreidelde uitwassen van de verzelfstandigde en geprivatiseerde overheidstaken, waarvoor bovendien niemand enige politieke verantwoordelijkheid kan dragen. (Denk hier maar eens aan die leiding van Staatsbosbeheer, of hier het Zeeuws Landschap).

De sociaal democratie heeft maar beperkte macht en invloed op de markt, en evenzeer beperkte mogelijkheden binnen de samenleving; dan is het dus zaak om helder te houden waarvoor wij wel en geen verantwoordelijkheid dragen. Bovendien moet de sociaal democratie helder de belangen van haar kiezers voor ogen houden: Zolang het uitdiepen van de Westerschelde geen gevaar is voor de Zeeuwse bevolking, is het in het belang van de arbeiders en bedienden in Vlaanderen dat de haven van Antwerpen bereikbaar blijft. Om die reden zijn de nieuwe procedures van de milieubeweging niets minder dan een schandaal, en schadelijk voor werkers, hier en in Vlaanderen en Wallonië. (Vooral omdat natuurwaarden en natuurherstel zeer wel mogelijk is, alleen mogelijk niet op de plaats zoals die door de functionarissen van de milieubeweging en ambtenaren is bepaald). Nochtans horen wij onze volksvertegenwoordigers hierover in Zeeland nooit iets zeggen.

Verbondenheid reikt tot over de grenzen. Hoewel de geschiedenis van de internationale verbondenheid (solidariteit) er een is van teleurstelling, verdriet en wanhoop is het voor mij ondenkbaar me niet verbonden te weten met de mensen hier over de grens, in Antwerpen en Oost en West-Vlaanderen, in Wallonië, in Frankrijk en ga zo maar door, de wereld over. De mensen, daar gaat het om, en met hen de zorgen en bekommernissen van ons allemaal: de gevolgen van het dolgedraaide kapitalisme, honger, klimaat, geweld. Maar wat doen we met die verbondenheid? Ons leger is in Afghanistan en in zoveel andere delen van de wereld actief. Ik vind dat vreselijk, omdat daar de allerhoogste prijs gevraagd wordt van soldaten en ik bij mezelf niet de indruk kan wegnemen dat op deze wijze iets van vrede en harmonie tot stand gebracht kan worden. Bovendien, is mijn indruk, is de bijdrage van ons land niet alleen beperkt, maar ook niet onderscheidend. Ieder land, ieder volk, iedere cultuur op deze wereld heeft bijzondere kwaliteiten en ook wij beschikken over bijzondere kwaliteiten. Vanzelfsprekend op het gebied van de landbouw, waterbeheersing, en waterzuivering, in de handel en in de logistiek maar, in internationaal verband wellicht het meest relevant, is het recht. Nederland heeft een traditie op het vlak van het (internationale) recht. Wat ik liever zie dan duizend en duizend soldaten, zijn duizend en duizend advocaten, rechters en rechtsgeleerden. Niemand hoeft ons rechtssysteem te kopiëren maar waar mogelijk kunnen wij hulp aan bieden bij scholing, bij implementatie, bij organisatie van het recht, veel meer dan nu het geval is. Dat zou ik liever zien, dan, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, de organisatie van geweld. Mocht ik een kind zijn in Uruzgan… wat zou ik dan doen? Aan wiens kant zou ik staan? Wie zou me een uitweg kunnen bieden uit de spiraal van geweld?

  1. Verbondenheid reikt tot over de grenzen; humanitaire hulp (landbouw, gezondheid, onderwijs) en rechtsbijstand gaan voor op militaire inzet van middelen.

 

Er is nog een laatste element waarover ik met jullie zou willen praten, namelijk over de internationale verhoudingen tussen de wereldmachten en welke lijnen we daar, binnen de Europese samenwerking, bijvoorbeeld in moeten volgen. Ik kan er niets aan doen, maar ik kan de grote machtscentra in de wereld niet anders beschouwen dan aan elkaar gelijkwaardig. De (Europese) verhoudingen met de Verenigde Staten zijn intensief, en dat al sinds de tijd van de Franse revolutie. De relaties met Rusland zijn nog veel ouder en welbeschouwd diepgaander: op religieus, cultureel, politiek en economisch vlak.

In de afgelopen jaren heeft de Russische regering haar macht hersteld na een periode van anarchie en vernietigend kapitalisme. Tegelijkertijd werd de Verenigde Staten door een aanslag getroffen en werd gereageerd met een agressieve buitenlandse politiek van moreel en politiek wereldleiderschap, gebaseerd op een geldkas met ongedekte cheques. Zowel in Rusland als in de Verenigde Staten is sprake van toenemende centrale politieke macht, terwijl tegelijkertijd in landen als China, India, Brazilië en in het Midden Oosten een reusachtige economische dynamiek wordt ontwikkeld. De Europese landen is sprake van een stagnerende ontwikkeling, politieke richtingloosheid en een gebrek aan dynamiek. De Europese landen ogen vermoeid, en uitgeblust. De Europese rechtsorde werkt door haar lust tot detaillering en ingewikkelde structuren (Europa wordt in werkelijkheid gedragen door goedbedoelende Europese ambtenaren) verlammend en roept meer tegenstand op dan vertrouwen. Daardoor dreigt de Europese samenwerking, zoals zo vaak in de geschiedenis, te ontaarden en dus te mislukken. De landen in Europa kunnen zich een falende samenwerking niet veroorloven.

Stap voor stap zullen we het Europees rechtssysteem moeten vereenvoudigen maar versterken op hoofdlijnen. Een helder en een voor ieder te doorgronden democratisch systeem moet het vertrouwen in een stabiele Europese samenwerking gronden.

Dat kan niet door de Europese Unie eindeloos uit te breiden maar wel door in het Europees huis verschillende tafels te maken.

Wanneer we van elkaar weten dat we allemaal hetzelfde democratisch rechtssysteem hanteren kunnen we gerust verschillende tafels scheppen waar verschillende landen aanzitten en met elkaar samenwerken. Laten die verschillende tafels afvaardigingen maken voor een boven Europese samenwerking.

De verschillende Europese tafels in het Europese huis hoeven niet eens regionaal georganiseerd te worden, wanneer het onderliggende rechtssysteem maar hetzelfde is en een ieder dat begrijpen kan.  Wij kunnen best met Griekenland, Ierland, Finland en Portugal een tafel vormen, en de Belgen met de Spanjaarden, de Noren, Cyprus en Polen. De Luxemburgers met de Turken, de Engelsen enzovoorts. De Russische familie zou voor een deel aan tafel kunnen zitten en tegelijkertijd voor een ander deel ons, Europeanen, kunnen introduceren bij onze buren in het (nabije) Oosten.

Ach, dit alles lijkt allemaal zo zwaar, en gespeend van elke humor. Daarom is het goed te weten dat ik tussendoor heen en weer naar Engeland ben gezwommen, croissantjes at met confituur in Boulogne sur Mer, in het late zonlicht zat in Zweden en danste op de muziek van Bart Peeters in Gent.

Dit laatste overigens is echt waar.

Tot slot nog even over Y. Vrijdagmorgen heb ik zijn moeder even gesproken. Ondanks slechts drie maanden onderwijs in de burgklas op Havo niveau heeft hij in de gevangenis nu onderwijs en wel op niveau. Hij heeft met negens en tienen de proeven van klas een en klas twee van de Havo afgerond en zit nu in de derde klas van de Havo en zijn cijfers zijn onverminderd hoog. Hij hoopt zo dat in hoger beroep hij uit de gevangenis mag, en dat hij ergens goed terecht mag komen, ook al heeft Jeugdzorg geen voogd voor hem.

Hartelijke groeten van

Jan Schuurman Hess.