De Voettocht, een Inspectietocht van de democratie, in de geest van Pieter Jelles Troelstra.

Januari 2008 – juli 2008.

Deel 1. Zeeuwsch Vlaanderen.

Kats.- Op 11 januari 2008 ben ik begonnen aan de Voettocht door Zeeland, een”inspectietocht van de democratie, in de geest van Pieter Jelles Troelstra. Wekelijks wandelde ik een etappe, sprak onderweg met mensen, organiseerde ontmoetingen en af en toe wist ik me vergezeld van gasten. Op 4 juli beëindig ik de wandeling door Zeeuwsch Vlaanderen, tijdens een grote volksvergadering, die wordt georganiseerd in samenwerking met “de vrouwen van Zeeland”, op de Westerschelde zeedijk, ter hoogte van Camping Perkpolder, ten westen van Walsoorden. Voor die volksvergadering hebben we lokale, provinciale en landelijke volksvertegenwoordigers uitgenodigd. Hier volgt een eerste balans, een paar weken voor het einde van de wandelingen door Zeeuwsch Vlaanderen en daarin vervlochten een reeks van ideeën en plannen voor de streek.  

Klimaatverandering zou, moeten we de voorzitter van de Delta Commissie, Cees Veerman geloven, de zeespiegel met wel een meter kunnen doen stijgen, tegen het einde van deze eeuw.

Een ander gegeven is de groei van de wereldbevolking van zes naar meer dan negen miljard mensen, binnen enkele tientallen jaren. En dan weten we ook nog dat de fossiele brandstoffen, olie en gas opraken. Anders gezegd, we zullen, vanuit een wereldperspectief, met schaarste moeten leren omgaan. Schaarste van grondstoffen, schaarste in ruimte, schaarste van en in een veranderende natuurlijke omgeving.

Wat doen wij met deze berichten? Welke investeringen zijn verstandig, en zullen op termijn renderen, bijvoorbeeld in het licht van natuurlijkheid, toegankelijkheid en veiligheid van de Schelde?  

Er is de jongste jaren toenemende spanning tussen het openbaar bestuur en de bevolking. Je kunt je wel eens afvragen of er nog sprake is van een gevoel van gemeenschappelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, zoveel waarde wordt gehecht aan het individu en het particuliere belang.  

De Partij van de Arbeid maakt een moeizame periode door, ondanks de enorme winst bij gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Kiezers herkennen de keuzes van de sociaal democratie niet of in onvoldoende mate.

In Zeeland heeft de Partij van de Arbeid een uiterst moeilijke periode doorstaan, met grote interne spanningen en onduidelijkheid over de politieke richting op cruciale Zeeuwse dossiers. Daardoor werd de politieke herkenbaarheid onzeker en de bestuurlijke kracht op provinciaal niveau instabiel.Bovendien is er sprake van een stagnatie in de ledenontwikkeling en een snel verouderend ledenbestand.  

In dit licht bedacht ik dat ik een dag in de week in beweging zou moeten komen. Ik ben geen volksvertegenwoordiger, maar wel lid van een politieke partij omdat je de democratie en de samenleving met elkaar levend moet houden. Ieder moet doen wat hij of zij kan; ik zou wel zien wat ik zou tegen komen en waar deze voettocht naar zou leiden.

De Hedwigepolder geniet landelijke bekendheid omdat zij genoemd wordt in de Scheldeverdragen en bedreigd wordt door ontpoldering. Tegen het voornemen tot ontpolderen bestaan in Zeeland grote sociaal-culturele bezwaren. Het druist tegen de natuur en cultuur van de Zeeuwen; de jarenlange protesten werden door de provinciale overheid en Zeeuwse milieubeweging niet gehoord en niet onderkend. Uiteindelijk dwong de Tweede Kamer in een allerlaatste fase af dat alsnog een commissie naar alternatieven voor het ontpolderen zou moeten zoeken.

De beweging tegen het ontpolderen heeft een brede maatschappelijke basis. Het is daarom zo wonderlijk dat het openbaar bestuur die beweging zo lang heeft genegeerd, maar misschien is het ook exemplarisch voor de stand van de democratie.                                                                                                

Vrijdagmorgen 11 januari, een koude, kille dag, ben ik van start gegaan. Ewald Baecke, die een akkerbouwbedrijf heeft in de Hedwigepolder pikte me op in het centrum van Hulst en bracht me naar de Nederland-Vlaamse grens in Zeeuwsch Vlaanderen. Deze regio wordt in het zuiden begrensd door de Nederlands-Belgische grens, in het noorden door de Westerschelde, aan de westzijde door de Noordzeekust. Het is een weergaloos mooi landbouwgebied waardoor, van Terneuzen naar Gent, het kanaal loopt waarlangs zich haven en industriële activiteiten hebben ontwikkeld.  

Onderweg leerde ik dat hier sprake is van een krimpende bevolking. In West Zeeuwsch Vlaanderen bijvoorbeeld, wonen nu evenveel mensen als in het jaar 1850. Het is bijgevolg steeds ingewikkelder om publieke basisvoorzieningen zoals die elders in het land gewoon zijn te verzekeren. De regio is slecht bereikbaar. Er is geen treinverbinding voor personenvervoer en wie de regio per auto wil benaderen, betaalt daarvoor bij een toltunnel 4,60 euro voor een enkele reis.  

Beslissingen over infrastructuur bijvoorbeeld, laten ook in Zeeuwsch Vlaanderen eindeloos lang op zich wachten. De besluitvorming over het aanleggen en verbeteren van een (parallel) weg, de N61, is na twaalf jaar nog niet bij een begin van afronding. De weg is gevaarlijk en een groot obstakel in elke doorstroming; wie herinnert zich niet hoe de schooljuffrouw met in haar auto de kinderen op weg naar een filmfestival werd dood gereden door een mevrouw met een grote Jeep? Procedures vragen in Nederland erg veel tijd, wekken ergernis op en wantrouwen in de democratische kracht. Wetten, regels en belangen houden elkaar te lang in een verstikkende wurggreep, terwijl in de wereldeconomie slagkracht wordt gevraagd. Immers de wereld is zo geëvalueerd dat het lot van mensen en bedrijven hier in hoge mate wordt bepaald door ontwikkelingen aan de andere kant van de wereld.  

Tijdens mijn wandelingen door Zeeuwsch Vlaanderen heb ik vele gesprekken gevoerd met allerlei mensen, van jong tot oud, van arm tot rijk, met boeren en boerinnen, wegwerkers, huismoeders, jongeren, bestuurders, ondernemers, met de burgemeester, de schoolmeester en de dominee, en met de rentmeester, de wethouder en met arbeiders van de sociale werkplaats. Ik ontmoette kunstenaars, een galeriehoudster en werd met grote regelmaat voor steeds een heerlijke en gastvrije maaltijd. Zeeuwsch Vlaanderen heeft niet alleen  een betoverend schoon landschap, maar voor alles de fijnste, de hartelijkste en mooiste mensen. Ik werd op mijn tocht vergezeld door een studente journalistiek, door een bestuurslid van de PvdA in Zeeland, door wethouders, door kamerleden en leden van het Europees Parlement; kranten, radio en televisie besteedden aandacht aan de voettocht.  

Vanzelfsprekend heb ik ondanks de vele gesprekken niet alles wat de democratie en samenleving betreft kunnen onderzoeken. Maar een paar kwesties kwamen telkens terug en daarmee ben ik verder gegaan en heb geprobeerd om, waar mogelijk, een aantal oplossingen te vinden en om te laten zien dat een ieder iets kan doen en, in samenwerking met anderen, het verschil kan maken.  

Vertrokken aan de grens, wandelend langs de grens en geconfronteerd met de ontslagen bij Morres en het grote tekort aan arbeidskrachten, realiseerde ik me dat de open grens geldt voor wie reizen wil, voor wie wat kopen of verkopen wil, maar voor wie werken wil, is de grens een hindernis van regels, wetten, bepalingen en tekortkomingen. Je bedenkt je wel drie keer voor je, wonend in Nederland, een baan neemt in Vlaanderen, of andersom. Het levert administratieve en financiële ellende op, en heeft gevolgen die soms ver in de tijd liggen en nauwelijks zijn te overzien. Om die reden lijkt het me het handigst wanneer de overheden in de verschillende landen de gevolgen van elkanders wetten en regels onderling verrekenen en de burgers daarmee niet belasten. Als de grens een hindernis moet zijn, laat dat dan de zorg zijn van de overheid, niet van de burgers. Wie aan de andere kant van de grens wil gaan werken kan, in mijn beleving, straks kiezen voor het Nederlandse of het Belgische systeem. Ik heb het voorstel besproken met de staatssecretaris van Europese Zaken, Frans Timmermans, en die vond het een eenvoudige maar realistische oplossing. Zeeuwsch Vlaanderen zou dit zo kunnen overnemen in het overleg van de grensregio’s met de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris Timmermans. De politieke wil om het probleem van de grensarbeid op te lossen is er in dit kabinet.  

Zo zijn  er in de loop van de wandelingen steeds meer ideeën en plannen ontstaan, te veel om op te noemen, te veel ook om uit te werken. Tijdens een van de ontmoetingen in de voorbije weken drukte een oud wethouder van den Haag, Peter Noordanus, me op het hart geen onrealistische en economisch onhaalbare plannen te presenteren. Geen fabeltjes. “Het is zo gemakkelijk onvrede te mobiliseren,” zei hij me, “en de mensen valse beloftes te verkopen. Teleurstellingen en valse beloftes ondermijnen de democratie.” Dat was een wijze les, want verzet, onvrede bestaat er wel degelijk.

  De manier waarop door de natuur en milieubeweging en de overheid met natuur en milieu, en met kustveiligheid wordt omgegaan, wekt woede op, agressie soms, maar bovenal onbegrip. Nochtans, zo bleek me tijdens de wandelingen, houden de mensen intens van het landschap, van de natuur en bestaat er een grote kennis onder de bevolking over dijken, stromingen en de kracht van de zee. In die zin is het onbegrijpelijk dat die potentiële steun van de bevolking door de milieubeweging niet herkend wordt, en zelfs afgestoten wordt. Sinds enkele maanden zie je die borden in het landschap: Stop de Groene Leugen. Dat slaat niet alleen op de aanval op de mosselsector, maar is een uiting van een veel dieper, veel omvangrijker gevoel onder brede lagen van de Zeeuwse bevolking. De aanleg van de “nieuwe natuur” wordt vooraf gegaan door het plaatsen van hekwerken en prikkeldraad en overal waar je in het landschap aangelegde natuurgebieden ziet, liggen die gevangen in prikkeldraad. Het gruwelijkst is dat om het land van Saeftinghe, wat een verboden gebied is  voor de bevolking, de enkelen die hier in de omgeving wonen. Eeuwenlang hebben zij in met en van dit landschap geleefd; nu is het alleen de oudste generatie die nog de beweging in de geulen kent en weet waar wat groeit en wie waar broedt. Voor de jongste generatie is Saeftinghe een soort pretpark achter prikkeldraad, een verplicht nummer tijdens een schoolreisje of een gebied waar alleen een elite van het Zeeuws Landschap zich vrij kan bewegen en naar believen zich kan terugtrekken in de voormalige schaapskooi. Een hut bouwen, of rommelen met een hengel mag je er niet. Die mentaliteit, dat prikkeldraad, die vrijbrief voor de elite van de natuurbeschermers wekt woede. Ook dat is de groene leugen, en ook daarom spuugde de oude vissersman in Kloosterzand giftig op de grond. Daarom: bevrijd het landschap van prikkeldraad; zorg er voor dat de bevolking de natuur en het landschap ook in de toekomst kan dragen en laat de schoonheid van de natuur niet het voorrecht zijn van een kleine groene elite.

 Onderweg heb ik steeds geprobeerd om die protesten om te buigen en alternatieven te verzinnen. Tegen… ja. Maar wat dan wel? Hoe kan het beter? 

Na mijn eerste ronde door Oost Zeeuwsch Vlaanderen maakten Leen, Cobi en Marnix Verbrugge uit de Noordstraat me opmerkzaam op de Plaat van Hontenisse, voor de kust van Perkpolder. Die zandplaat, 300 tot 350 hectare groot, was vroeger de Nieuwenhofpolder. Ze werd door Prins Maurits geïnundeerd tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Maar het bijzondere van deze zandplaat, deze voormalige polder, is dat zij zoet grondwater heeft. Dit geldt overigens voor meer plaatsen langs de Westerschelde.  

Een zoetwater omgeving in een zoutwater milieu, zou je zeggen, is bij voorkeur een locatie om nieuwe natuur te ontwikkelen. Bovendien, met de stijging van de zeespiegel in het vooruitzicht is het van belang dat het natuurlijk karakter van de Westerschelde wordt beschermd en waar mogelijk versterkt. Bovendien is het van een oogpunt van veiligheid van belang dat de platen in de Westerschelde blijven bestaan in dit licht ook worden verbeterd. Dat kost allemaal veel geld en daarom leek het me goed te zoeken naar mogelijkheden om een en ander te combineren.

(Bijna heel Zeeland, dus ook de Westerschelde, valt onder De Natura 2000 wetgeving. Daarmee wordt gehoopt de soorten en het leven van planten en dieren in al haar rijkdom te behouden en vanuit dat perspectief zeggen de natuur en milieubewegingen dat er in de Westerschelde niets kan en mag en zal gebeuren met de platen in de Westerschelde. In het licht van de wijzigende klimaatomstandigheden is dat op termijn natuurlijk geen houdbare positie. Je kunt je kop voor de stijging van de zeespiegel niet in het zand steken.)

Daarom ook.. zouden we niet iets kunnen verzinnen op het gebied van alternatieve energie waarmee we de ontwikkeling van de Plaat van Hontenisse, de voormalige Nieuwenhofpolder in de Westerschelde, zouden kunnen betalen? Hoe zouden we de natuur, de veiligheid en een toekomstgerichte ontwikkeling kunnen combineren? Met die gedachten liep ik voort, in Zeeuwsch Vlaanderen, maar ook daarbuiten. Een energie en natuur-eiland vlakbij de kust, zoiets…

 In den Haag kwam ik tijdens een bijeenkomst de oud minister Willem Vermeend tegen. We kregen tijdens een debat een vrolijke aanvaring, maar spraken na afloop over de problemen van de grote investeerders in Europa om in Nederland bijvoorbeeld een zonne energie centrale te ontwikkelen. “Er is geen ruimte, er zijn te veel procedures en er ontbreekt de wil om iets te realiseren,” verzuchtte de voormalige staatssecretaris en oud minister. “In andere landen zijn we aan de slag; bouwen we grote zonne energie centrales, maar in Nederland kunnen we niets.”

Ik vertelde hem daarop over de voormalige Nieuwenhofpolder in de Westerschelde. Zou daar geen zonne energiecentrale kunnen komen, vroeg ik.

Denk je dat daar draagvlak voor zou zijn,  reageerde Willem die ondertussen op de achterkant van een bierviltje uitrekende hoeveel stroom een centrale op de plaat zou kunnen opleveren. “Bij de stand van de huidige techniek zouden we alle Zeeuwen met een zonne energie centrale in de Westerschelde van stroom kunnen voorzien.”

Draagvlak?

Mijn inschatting was dat daar bij de bevolking wel draagvlak voor zou bestaan, maar voor een organisatie als het Zeeuws landschap zou natuurontwikkeling buitendijks, in combinatie met duurzame energie wel eens vloeken in de kerk kunnen zijn.

“Dat los ik wel op,” lachte Willem Vermeend. “Ik adviseer clubs, zoals Greenpeace.”

Ik beloofde van mijn kant te onderzoeken of ik bestuurlijk draagvlak zou kunnen vinden. Daarop benaderde ik volksvertegenwoordigers van het CDA en de PvdA in de Tweede Kamer, schreef de burgemeesters van Zeeuwsch Vlaanderen aan en informeerde hen via de burgemeester van Terneuzen, Jan Lonink. Ik sprak een minister en een staatssecretaris aan, de fractievoorzitters van het CDA en PvdA in de Tweede Kamer, sprak leden van het Europees Parlement, de voorzitter van de Partij van Europese Sociaal Democraten, de voormalige minister president Poul Nyrup Rasmussen en vooral met mensen in de streek, in Zeeuwsch Vlaanderen. Wat zouden zij hier van denken?

De reacties waren in alle gevallen positief en enthousiast.

 Zonne energie is nu nog niet rendabel. De ontwikkelingen in de techniek in combinatie met de stijging van de olieprijzen gaan evenwel zo snel dat binnen enkele jaren de prijs van zonne energie wel rendabel wordt. Nieuwe technieken duiden op mogelijkheden tot een halvering van de prijs van zonnepanelen binnen enkele jaren. Die nieuwe maakindustrie kan duizenden banen opleveren. Om die reden zien grote private investeerders kansen voor en in de zonne energie en zijn ze bereid tot reusachtige investeringen.  

Ondertussen is de directeur van het grote investeringsfonds waarvan Willem Vermeend in het bestuur zit naar Zeeuwsch Vlaanderen gekomen. We hebben de locaties bekeken en besproken, contact gehad en gelegd met de mensen van Delta en gesproken met Jan Lonink, burgemeester van Terneuzen. Dijkgraaf Wybe de Graaf van het waterschap Zeeuws Vlaanderen hebben we geïnformeerd. 

De ontwikkeling van een zonne energie centrale in Zeeuwsch Vlaanderen zou een echte optie voor de toekomst zijn. Bovendien, de regio die als eerste zich in deze richting wil ontwikkelen kan ook de maak- industrie naar zich toe trekken. Volgens de directeur van het investeringsfonds, zal dat duizenden banen in de toekomst opleveren. Zeeuwsch Vlaanderen heeft met de universiteiten van Gent en Antwerpen, en de hogeschool Zeeland aan de overkant, voldoende opleidingen om de hoek: gekwalificeerd personeel is dus nabij. Het gaat dus ook om banen, zo noodzakelijk voor deze streek.

 Dit was precies de verzuchting waar de jongerenraad van Sluis, tijdens een ontmoeting die wij, in het kader van de voettocht, hadden in het Belfort, in het gezelschap van de kamerleden Lia Roefs (PvdA) en Ad Koppejan (CDA). “Wij willen hier blijven, maar zorg voor werk,” was de boodschap.

 Verder wandelend door de streek zag ik meer mogelijkheden om de zonne energie hier toe te passen. Immers, Zeeland heeft relatief gezien de meeste zonne (licht) uren van het land, en dat is nu eens echt een gelukkige bijkomstigheid. De grote Westerschelde zeedijk, bijvoorbeeld, op het zuiden gelegen, zou je kunnen bedekken met zonnepanelen. De daken van boerenschuren, vaak nog met asbestplaten afgedekt, vragen om onderhoud… stel je voor met zonnepanelen. Dat zou wat kunnen opleveren. En burgemeester Jan Lonink van Terneuzen stelde voor om te onderzoeken of het mogelijk zou zijn om op de daken van de nieuw te bouwen kassen langs het kanaal Gent-Terneuzen zonnepanelen te plaatsen. Technisch is dat niet vanzelfsprekend want het is juist de bedoeling dan het licht in de kassen komt, en de zonnepanelen dekken dat nu juist af. Maar wie weet zijn bewegende panelen mogelijk, die ’s avonds dalen en dan dus de lichtuitval wegnemen.

 Onderweg ook werd ik uitgenodigd door de heer en mevrouw Hendrikse uit Ijzendijke. Op hun beurt nodigden zij Karli van den Vijver uit en gezamenlijk bespraken wij de plannen. Karli van den Vijver is ondernemer en nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Technopark in Schoondijke, maar bovenal is hij gefascineerd door techniek. “Ik denk dat ik iets kan verzinnen voor die kassen,” zei hij. “Daar gaan we eens verder over praten.”

 Dijkgraaf Wybe de Graaf en zijn medebestuurders Martinet en Almekinders waren zich er niet van bewust dat de Plaat van Hontenisse zoet grondwater heeft. Zowel het idee om natuurontwikkeling, veiligheid en schone, duurzame energie te combineren in de Westerschelde als ook het idee om zonnepanelen te plaatsen op de dijken, vinden zij het onderzoeken waard.

 Wandelend bedacht ik me dat het mooi zou zijn als niet alleen grote bedrijven in die nieuwe ontwikkelingen investeren, maar dat ook gewone mensen zouden kunnen mee doen. Dat zou bovendien de betrokkenheid van de bevolking bij deze ontwikkeling kunnen vergroten. Bovendien kun je op die manier ook de relatie tussen de bevolking en de boeren die zonne energie op hun daken laten plaatsen, verbeteren en vergroten. Daarom zouden we een coöperatief fonds moeten oprichten en mee laten delen in deze ontwikkeling. Het investeringsfonds zou die betrokkenheid in deze vorm toejuichen.

 Natuurlijk, zo voorspelden de directeur van het investeringsfonds en Willem Vermeend, zal het niet gemakkelijk zijn om de plannen te realiseren. De sleutels liggen bij het ministerie van Economische Zaken en vanzelfsprekend ook bij het provinciebestuur. Beiden zouden het belang van deze ontwikkeling moeten onderkennen en het Zeeuwsch Vlaanderen als kwetsbare regio moeten gunnen. In Europees verband zou daarvoor steun zijn, wanneer den Haag hier op aan zou dringen.

 De ontwikkeling van een zonne energie centrale op de Plaat van Hontenisse zou ook in Europees opzicht van belang zijn. Nergens in Europa is nog een centrale in een zee milieu ontwikkeld en al helemaal niet binnen de context van natuurontwikkeling en kustverdediging.

 Het plan zou ook een bijdrage kunnen zijn voor de protestbeweging tegen het ontpolderen. Sommige van die ontpolderprojecten zijn bedoeld om de natuur te verbeteren of om een economische ontwikkeling op gang te brengen, al dan niet in samenhang met kustverdediging. Bij die protesten wijs ik altijd op de noodzaak om de motieven waarmee die plannen zijn ontstaan, te doorgronden en met alternatieven te komen. Nee, zeggen is altijd makkelijk, minder makkelijk, is het om vervolgens aan te geven hoe het wel zou kunnen, hoe het met het oog op de toekomst beter kan worden. Met een alternatief concept als dit zou die brede, sociale protestbeweging een alternatief kunnen bieden. Ik heb mijn oud directeur John Huige uit Langeweegje gevraagd me mee te helpen om deze plannen te realiseren.

 —

 Boeren produceren ons voedsel en kleuren het landschap. Wanneer de wereldbevolking groeit van zes naar negen miljard zullen alle monden moeten worden gevoed, alleen daarom al moeten we zorgvuldig en bewust omgaan met de landbouw. De landbouw is van het grootste belang. Zorgelijk, maar onvermijdelijk in de wereldeconomie is de machtsconcentratie door grote multinationale bedrijven, die de voedingsindustrie vrijwel volledig beheersen. Tegenover die bedrijven staat de onafhankelijke boer betrekkelijk machteloos. De markt bepaalt natuurlijk wat waar, door wie en tegen elke prijs geproduceerd wordt, maar het is natuurlijk een illusie te denken dat individuele consumenten invloed hebben op wezenlijke, op sturende ontwikkelingen. Tegenover de macht van de multinationale voedingsindustrie staat eigenlijk geen tegenmacht. Dat probleem lossen we hier in Zeeland ook niet op. 

Nederland heeft de beste landbouwgronden, en binnen Nederland behoren de Zeeuwse polders tot de allerrijkste. Niet voor niets wordt hier pootgoed geteeld, waar elders mee wordt verder gewerkt. Nochtans wordt de betekenis van de landbouw vaak gebagatelliseerd; de rendementen, afgezet tegen het geïnvesteerde kapitaal, zijn bescheiden. Maar vergeten wordt dan dat de landbouw ons voedsel produceert, en van het grootste belang is voor de Nederlandse economie en export. Bovendien biedt de hele agro industrie honderdduizenden mensen (663.000) werk.

Boeren is een manier van leven; de gehele samenleving van het platteland wordt uiteindelijk bepaald door het landschap en landbouw. Je zou alleen willen dat meer mensen op de boerderijen zouden kunnen werken. Hoe? Op welke manier zouden bedrijven als Unilever en Nestlé er voor kunnen zorgen dat het platteland leefbaar blijft? Is belasting als instrument van verdeling daarop het enige antwoord? Ik heb op die vragen nog geen antwoord; de voettocht is ook nog niet voorbij.

 Een volgend belangrijk aspect van Zeeuwsch Vlaanderen is de recreatie en het toerisme. In Sluis komen jaarlijks miljoenen mensen op bezoek, schuifelen door de straten, kopen en eten wat. De banken, een van de traditionele motoren achter het Sluise toerisme, hebben hun aantrekkingskracht met de invoering van de Euro en het uitwisselen van bankgegevens tussen landen, verloren. Honderden banen in de banksector zijn verdwenen.

De campings in Zeeuwsch Vlaanderen hebben een volks karakter. Honderdduizenden mensen overnachten hier in caravans en tenten; exclusieve en onbetaalbare appartementen zul je hier niet veel aantreffen. Dat volks karakter, in combinatie met de schoonheid van het landschap en de gastvrijheid, zijn de belangrijkste troeven van Zeeuwsch Vlaanderen. Daar waar elders alle pijlen gericht worden op die kleine, exclusieve bovenlaag in luxe recreatiewoningen met een golfterrein, zou je hier de eigen kwaliteiten moeten benutten en daarin verbindingen moeten zoeken met andere Europeanen. Eerder al wees ik op de mogelijkheden om het wandeltoerisme langs de boerenhofsteden te ontwikkelen en doe dat dan vooral buiten het toeristisch hoogseizoen. Niets is mooier dan tien, vijftien, twintig kilometer wandelen door het stille, steeds wisselende landschap en dan onderdak vinden op een van de erven.

Maar Sluis heeft een grote troef in bezit om de toekomst van het toerisme daar te verzekeren, namelijk het Belfort. Dit in Nederland unieke gebouw, op een boogscheut van de Vlaamse en Franse grens, en niet eens zo ver van Brussel, biedt alle mogelijkheden voor het concept van het Huis voor Europa: de Europese samenwerking toegankelijk maken voor alle lagen van de samenleving door middel van halfjaarlijks wisselende programma’s. Sluis kan zich binnen het Huis voor Europa concept richten op het Europa van de talen: leg in het Belfort de verbinding met de geschiedenis van Johannes van Dale, de grondlegger van het groot woordenboek van de Nederlandse taal, en de andere Europese talen. Ontwikkel een aantrekkelijk, steeds wisselende markt van ideeën en producten waardoor het Belfort zich zelf kan onderhouden. Bovendien zou Sluis zich kunnen richten op de duizenden vertalers die dagelijks actief zijn in Brussel. Voor die sector zou Sluis en West Zeeuwsch Vlaanderen een “buitenplaats” kunnen zijn, voor ontspanning en congressen.

                                                                       —–

 Om uiting te geven aan protesten zijn er eindeloze mogelijkheden. Ieder kan zijn eigen gelijk tot in lengte van jaren volhouden en ontwikkelen. Een vingertje omhoog en een straat kan niet worden bebouwd een boom niet omgehakt, een fabriek niet fakkelen en vaak ook hebben die protesten zin, en uiteindelijk een positief resultaat. Maar even vaak ook zijn de eindeloze procedures een bron van grote ergernis en stagnatie. Ik heb het voorbeeld aangehaald van de N61. In de politieke arena zoekt men vaak en het liefst de confrontatie op. Scoren in de politiek betekent dat je een ander het lastig hebt gemaakt.

Met die houding heb ik niet zoveel op. Als sociaal democraat heb ik fundamenteel andere opvattingen over de organisatie van de volksgezondheid dan minister Ab Klink. Ik wil, als patiënt, een dokter kunnen vertrouwen en er van uitgaan dat hij het goede doet, niet dat hij gedwongen wordt om eerst uit te gaan van het eigen belang, van winst en verlies. (Overigens ook in mijn partij zijn er velen die actief voorstander zijn van marktwerking in de zorg, in het onderwijs, openbaar vervoer, etc). Maar die verschillen van inzicht zijn miniem in vergelijking met alle zaken waarop je met elkaar, over partijen heen, samenwerking kunt vinden. De praktijk van alle dag vraagt niet anders dan om samen te werken zo veel en zo goed als mogelijk. Met het grote eigen gelijk schieten maar weinigen wat op, zeker niet wanneer aan de andere kant van de wereld de ontwikkeling snel en doelgericht vooruit gaan.

Hoe nu organiseer je zoiets als het project van de zonne energie, van natuurontwikkeling en kustverdediging, zaken die voor deze streek zo wezenlijk zijn? Onderweg heb ik me van partijgrenzen niets aangetrokken. Het bleek telkens te gaan om de ideeën en om de mensen, en die te verenigen is veel makkelijker dan het opzoeken van de verschillen. Om die reden heb ik aan de Vrouwen van Zeeland voorgesteld om opnieuw een volksvergadering uit te schrijven, zoals we dat eerder deden in de Hedwigepolder, eind vorig jaar.

Daar spreken we ons uit over de problemen waarmee we ons geconfronteerd weten. Het ontpolderen, het verbod op de mosselvisserij, de honger en achterstanden in de derde wereld, de noodzaak om banen te scheppen en de samenleving levend te houden. Bovendien zullen we alternatieven voorleggen, concrete zaken waarover ik hier geschreven heb:

-          Stilstaand water gaat rotten; een landschap zonder prikkeldraad.

-          Ontwikkeling van natuur en versterking van kustveiligheid in samenhang met duurzame energie, buitendijks.

-          Ontwikkeling van een zonne energie centrale en industrie binnendijks; (Westerscheldedijk; daken van boerenschuren; kassengebied Kanaalzone).

-          Een coöperatief investeringsfonds voor duurzame energie.

-          Versterking van de landbouw mede in samenhang met ontwikkeling van volkstoerisme.

De volksvergadering is precies wat het is, een vergadering van het volk op de dijk, zoals dat vroeger ook gebeurde. We nodigen onze volksvertegenwoordigers uit, lokale, provinciale en landelijke politici en zij zullen horen wat we te zeggen hebben en wij zullen luisteren naar wat zij vinden en kunnen doen. De volksvergadering begint vrijdagmiddag 4 juli om 18.00 op de zeedijk bij camping Perkpolder, ten westen van Walsoorden. (www.campingperkpolder.nl)

Kats, 20 juni 2008.

© Jan Schuurman Hess.