De weersberichten zijn andermaal slecht, op donderdagavond. Maar meestal valt het mee, en blijkt de voorspelde storm niets anders dan angst in het hoofd. Maar vandaag, vrijdag 21 maart, komen de voorspellingen uit, vrees ik. In de ochtend een snijdende koude wind, en grijze wolken. Af en toe een bui natte sneeuw.

Eerst na het middaguur kan ik vertrekken en besluit, gelet op de beperkte tijd, om te wandelen van Breskens naar Schoondijke. Daar heb ik om vier uur een afspraak in het Technopark.

Ik ga vanaf Vlissingen met het fietsvoetveer naar Breskens. Zoals iedereen hier in de provincie mis ik de PSD. De boten hadden een ongekende charme. Het tochtje over de Schelde was altijd mooi en gezellig. Je zag altijd wel een bekende en als die er onverhoopt niet was er een bakje koffie of een kom soep. Het fietsvoetveer vaart hetzelfde tochtje en dat is al een groot goed, maar verder is het toch vooral iets onpersoonlijks, al blijft het, zo blijkt vanmiddag, even spectaculair, even fascinerend.

Windkracht acht. De golven hebben witte koppen. Af en toe slaan zij over het schip. De zon schijnt, ondanks alles. Opnieuw slaan de golven tegen de ruiten. Tot zover het oog reikt, diep op de Noordzee spoken de golven. Windkracht acht is de maximale kracht die het schip aan kan, weet ik. De overtocht duurt net lang genoeg; we komen veilig aan in Breskens.

Wanneer we het schip verlaten slaan de golven over de kade: een natte broek, maar goed de zon schijnt, het waait alleen maar. Het stormt.

.Ik loop dicht langs de huizen in Breskens, dwars door het dorp, en probeer via het industrieterrein de polder te bereiken. Dat lukt niet. In een hoek van het industrieterrein is een hek met prikkeldraad waardoor de dijk dertig meter verderop onbereikbaar blijkt. Ik keer terug en passeer een snoepjesfabriek, Napoleon. Het ruikt heerlijk, achter de ramen zie ik mensen in witte jassen met kapjes over het haar. Eerlijk gezegd voel ik me opeens als Jip van Janneke en zou het liefst naar binnen gaan… een snoepjesfabriek.

In plaats daarvan volg ik de Duivelhoekseweg (?) aan de voet van Westerschelde-dijk in de richting van Nummer Een. De wind, met toenemende kracht, blaast me steeds opzij. Bij een trap, vlakbij de Hoofdplaatseweg, klim ik op de dijk. De kracht van de Noordwesterstorm is reusachtig; ik kan nauwelijks blijven staan op de kruin van de dijk.

Ik ga de Hoofdplaatsweg op, richting Nummer een. Al wandelend en worstelend tegen de wind denk ik na over de democratie, over de ontwikkeling van de partij en hoe, en hoe moeilijk het is om organisatie en inhoud bij elkaar te brengen. Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk, eigenlijk komt alles neer op richting, bezieling, vertrouwen en duidelijkheid, maar zolang je niet in de positie bent dat te kunnen uitdragen is het lastig. De basis is voor alles de taal van de mensen te verstaan, de opdracht van de samenleving te begrijpen en de vertaling van het een en het ander te baseren op de uitgangspunten van de sociaal democratie, zoals die zich in meer dan honderd jaar hebben gevormd.

Heeft deze wandeling zin? In de verste verte is niemand te zien.

Heeft deze wandeling zin?

Waarom loop je door de polder, tegen de stormwind in, in snijdende kou?

De vragen lossen op in het wandelen zelf, in de schoonheid van het landschap, in het vertrouwen dat het wandelen, leidt tot de essentie van het bestaan, voorbij de grens van de tijd. De 21 ste eeuw, 2008, het verdwijnt, in het nu, in het verleden, in de toekomst en weer in het nu en de wind, de wind wordt de regen, de regen wordt hagel, en de hagel wordt sneeuw. De akkers worden een vlakte, de vlakte een ruimte en de ruimte verlaat zich in de tijd.

Doorweekt, verkleumd bereik ik Schoondijke. Aan de rand van het dorp zie ik een industrieterrein met allerhande wonderlijke windmolentjes. Ben ik dan toch beland in het land van Don Quichotte, en tref ik straks Cees Nooteboom aan wie ik onderweg steeds moest denken?

 “Gelukkig, je bent er,”zegt Maria le Roi, wethouder in de gemeente Sluis, in de nattigheid voor de ingang van het Techno park.

Even later zitten we aan tafel met Karlie van de Vijver, met Patrick de Bovere, Hans Peter Willems en Remco …, allen ondernemers op het Techno Park.  Karlie vertelt hoe het Techno Park werd ontwikkeld na het verdwijnen van de Landbouwschool, vijftien jaar geleden. Slimmeriken wisten de weg in subsidieland, schreven mooie nota’s met grote beloften: binnen een paar jaar zouden hier 400 mensen werk vinden. Toptechnologie in de polder, leve de internetrevolutie. Er kwam niets van terecht. Karlie van de Vijver en een paar trouwe bondgenoten waren uiteindelijk de mensen die echt hun nek uit staken, bestuurlijke en financiële risico’s namen en toch doorzetten. Nu staan ze weer bij af, met dit verschil dat de ontwikkeling van het Technopark nu iets is in de handen van een stichting die zonder subsidie werkt.

Patrick de Bovere heeft er nu zijn bedrijf, en Hans Peter Willems ook. Beiden zijn zelfstandigen zonder personeel, wonen welbewust in de streek en blijven daar ook. Patrick vertelt dat hij een soort Willie Wortel is, die uitvindingen doet en hoog gespecialiseerde meet en regelprogramma’s ontwikkelt voor topbedrijven als Corus (Hoogovens) in IJmuiden of TNO in Delft. Hans Peter werkt ook op dat zelfde hoog gespecialiseerde niveau. Hij adviseert over de ontwikkeling van “open source”software en verzorgt trainingen. Gemakkelijk is het niet, zelfstandig ondernemen, maar wat zou het leuk zijn en bijzonder wanneer meer jonge ondernemers zich hier zouden vestigen, vinden ze. Met grote bedrijven als Dow in de buurt of Hydro Vision op het Technopark is er heus heel veel mogelijk. Bovendien, benadrukken beiden, is het wonen en leven in West Zeeuws Vlaanderen een voorrecht. Er is rust, ruimte en een ongelooflijk mooie streek, met mooie, betaalbare huizen. Binnenkort, aan het einde van de maand april, wordt een nieuwe loods geopend op het Techno park en dat moet weer eens even het licht zetten op deze ontwikkeling.

Na ruim een uur moet ik het gesprek afbreken; ik moet naar huis, naar de boot, om op tijd voor de jongens te kunnen zorgen. We spreken af, volgende week, wanneer de Tweede Kamerleden Lia Roefs en Ad Koppejan mee wandelen, het gesprek aan het einde van de middag verder te zetten en dan wat dieper in te gaan op de verschillende aspecten van de samenleving in West Zeeuws Vlaanderen.

Maria brengt me naar de boot, maar windkracht negen is er te veel aan; het wordt een busreis van meer dan een uur. Verkleumd, bibberend van de nattigheid stap ik in en hobbelen we in een uur naar Terneuzen. Ergens, in het lege Zeeuwsch Vlaamse land zie ik een Feyenoord vlag strak in de wind.

Had deze wandeling zin?

Ja. Het was een wandeling van een ongekende schoonheid, die bovendien leidde tot nieuwe gesprekken, tot nieuwe ervaringen en ik realiseer me dat dit de enige manier is om de Partij van de Arbeid los te weken van haar ketens van de macht. De macht is niet mis, het openbaar bestuur is een noodzaak, zeker, maar voor een politieke partij mag en kan dat bestuur niet het uiteindelijk doel zijn. Niet een terugkeer in de schoot van Gedeputeerde Staten is het doel van de Partij van de Arbeid in Zeeland, maar wel, voor de mensen, voor onze kiezers een herkenbare, betekenisvolle sociaal democratische partij zijn. Besturen kan daarvan het uitvloeisel zijn, maar is niet het doel. De PvdA is geen baantjesmachine.